Meer

Inhoud

1. Bestuurlijke boodschap

De stad als symfonie

In de bundel ‘Filosofen agenderen de stad’ komt onder anderen Govert Derix[1] aan het woord. In zijn bijdrage ‘Serenopolis, de onbewolkte stad’, stelt hij dat “ duurzame stadsontwikkeling niet kan zonder serieus te luisteren naar de tijdgeest van tijdelijkheid.” Dat is voor ons als politici iets om over na te denken. We bewegen mee op de golven van de economie, de (waan)zin van de dag en de tijdelijkheid van een trend. Tegelijkertijd bouwen we aan de stad en worden we gedwongen verder vooruit te kijken dan menselijkerwijs mogelijk is.

Grote componisten konden niet vermoeden dat hun muziekstuk vaak 50 tot 100 jaar later (wereld)beroemd zou worden. Maar wat ze wel konden, is nadenken over de verschillende instrumenten die nodig waren om de klanken samen te voegen tot een symfonie en welke rol ieder instrument zou moeten spelen. Met deze begroting legt het college aan de raad een partituur voor. Een partituur waaraan de hele samenleving een bijdrage levert. Met de raad als dirigent, het college als arrangeur en de Lelystadse samenleving  als bespeler van de instrumenten. In het vertrouwen dat de symfonie die we kennen als Lelystad de tijd zal overleven en beroemd zal worden.

Ouverture

In eerdere bestuurlijke boodschappen stonden we stil bij de kansen die er liggen voor onze stad. In dat opzicht zouden we de troonrede kunnen parafraseren: “Lelystad heeft de laatste jaren weer vaste grond onder de voeten gekregen.” Er ontstaat langzaam weer ruimte voor investeringen in de toekomst.  In de Kadernota 2017 - 2020 zijn op basis van de op dat moment ingeschatte trends en ontwikkelingen diverse financiële effecten in kaart gebracht en in de begroting verwerkt. Het eindsaldo van de kadernota vormt het beginsaldo van deze ontwerp programmabegroting.

Ten opzichte van de kadernota zien we een positieve ontwikkeling van het financiële perspectief. Dit is vooral het gevolg van de positieve netto effecten van de rijks circulaires (de mei- en septembercirculaire) en de vrijval van externe rentelasten door aanscherping van regelgeving op het gebied van begroten en verantwoorden. Het actuele perspectief biedt, na jaren de broekriem aangehaald te moeten hebben, weer iets meer financiële ruimte. Waar eerder gemeentelijke middelen vooral ingezet moesten worden om de hoogste nood te lenigen en de basis op orde te houden, ontstaan nu gelukkig weer mogelijkheden om te investeren in de stad. Het college hecht vooral aan investeringen die ook iets op gaan leveren, Lelystad verder brengen en mensen aan elkaar en aan de stad binden. Dit betekent tegelijk ook scherp kiezen. De thema’s zoals opgenomen in de kadernota (1. de drie decentralisaties als hefboom, 2. stad van, voor en door jongeren, 3. meer en ander werk, 4. aantrekkelijke woonstad, 5. Stadshart) zijn hierbij voor het college uitgangspunt geweest. Voorbeelden van concrete maatregelen die voortvloeien uit de keuzes in deze begroting zijn bijvoorbeeld het uitvoeringsprogramma Vrijetijdseconomie, het project Lelykracht en de ondersteuning van de luchthaven- en lokale economische ontwikkeling. Daarnaast wordt extra financiële ruimte gecreëerd voor toekomstige investeringen door drie jaar achtereen een storting te doen in de Reserve Ontwikkeling Stad.

 

Menuet

Naast financiële ruimte en ruimte voor de ontwikkeling van de stad, is er ook meer ruimte gekomen voor eigen initiatief in de samenleving. Dit is bijvoorbeeld zichtbaar in de WMO, Mensen maken de buurt en de Omgevingswet. De samenleving pakt die ruimte ook steeds meer. Inwoners en bewonersgroepen nemen steeds vaker zelf de regie en eigen initiatief. Het college moedigt dit ook aan. Omdat de stad in beginsel van de inwoners zelf is, maar ook omdat op deze manier maximaal gebruik gemaakt wordt van de kennis en kunde van de inwoners. Maar voor wie advies en ondersteuning nodig heeft, is facilitering beschikbaar. Bijvoorbeeld in de vorm van de ideeënmakelaar of een andere ‘overheidsdienaar’. Tegelijkertijd realiseren we ons dat dit samenwerkingsproces een langzaam proces is. Een proces van vallen en opstaan en een proces van zoeken naar ieders rol.

Met het traject ‘De stad is van ons allemaal’ slaan we een nieuwe weg in, ook voor wat betreft beleidsontwikkeling. Het traject kent twee sporen:

  1. een participatief onderzoek waarin op een andere manier gesproken wordt met gezinnen waardoor andere knelpunten maar ook andere oplossingen naar boven komen.
  2. de ontwikkeling van een dashboard waarin per buurt veel meer dingen, ook stapelbaar, te zien zijn. Dit helpt om inzet te focussen.

Voor het einde van het jaar ontvangt de raad een rapportage van dit traject met beleidsmatige duiding en inzicht in het dashboard met de inzetbepaling

Allegro

We staan aan de vooravond van tal van kansen. In hoog tempo komen ze voorbij en wisselen ze elkaar af. Daarbij zullen we met elkaar moeten leren de focus te verleggen. Ingegeven door de budgettaire krapte in het verleden zijn we vaak gedwongen ons als eerste de vraag te stellen “Hebben we er geld voor?”. Dat blijft een belangrijke vraag, maar nog belangrijker is de vraag “Willen we dit?”. Om natuurlijk binnen de financiële spelregels ruimte te maken om de kansen op een creatieve manier te benutten. Een paar voorbeelden:

  • De circulaire economie wint terrein. Juist door de ligging en bijvoorbeeld de ontwikkeling van de Flevokust heeft Lelystad een unieke kans hiervan te profiteren. Waar afgelopen jaren veel energie in de voorbereidingen is gestoken, kunnen we langs het spoorboekje van de uitvoeringsnota duurzaamheid kansen grijpen.
  • De kansen die samenhangen met de ontwikkeling van de luchthaven liggen voor het grijpen maar moeten wel benut worden. Juist hier liggen kansen om in de driehoek arbeidsmarkt-opleiden-werk resultaten te boeken. Hetzelfde geldt voor de vrijetijdseconomie. Die inzet is hard nodig om ervoor te zorgen dat de kansen voor Lelystad ook echt kansen voor Lelystedelingen worden, kansen voor de veel te grote groep mensen die nu nog geen baan hebben!
  • Het is afgezaagd, wie de jeugd heeft…….. Kansen bieden aan de jeugd is van groot belang voor de stad. Zelfs het wonderkind Mozart zou zijn symfonieën niet hebben kunnen componeren als hij geen hulp had gehad bij het ontwikkelen van zijn talenten. De majeure operatie met betrekking tot onderwijshuisvesting wil het college dan ook graag bekijken door de bril van optimale talentontwikkeling van onze jeugd. Zo gezien biedt ook dit vraagstuk kansen.
  • De versnellingsopgave binnen de metropoolregio Amsterdam biedt ons een kans om juist aan anderen te laten zien wat de woonkwaliteiten van onze stad zijn. Een voortvarende uitvoering van de woonvisie en versnelling in de woonmarketing zijn daarvoor een belangrijke voorwaarde.
  • Over het Stadhart wordt veelal gesproken in termen van zorgen. Maar, je ziet het pas als je het ziet. Er zijn partijen die in het stadshart willen investeren en de kansen van een herprogrammering zien. Het college legt u snel de eerste concrete voorstellen voor.

Finale

Martin Heidegger schreef dat we om waarachtig te kunnen bouwen eerst moeten weten wat het betekent om te wonen. Eerst wonen, dan bouwen: een prachtige omkering die boekdelen spreekt. Wonen is altijd tijdelijk. [2] In een nieuwe stad als Lelystad ligt de focus al snel op de zichtbare, fysieke resultaten. We zijn als stad gewend te groeien. En dat is goed, maar geen doel op zichzelf. We kiezen ervoor onze kansen te benutten, maar moeten voorkomen dat de stad daarbij uit balans raakt. In dat opzicht is het goed om met elkaar en met de stad en de samenleving na te blijven denken over hoe we willen wonen en leven en hoe de stad ons daarbij van dienst kan zijn. Lelystad staat daarbij niet op zichzelf, maar maakt deel uit van een groter regionaal geheel. Een regio die ook bij kan dragen aan de ontwikkeling van Lelystad. Dit biedt kansen waar we alert op moeten zijn en die we moeten pakken.

Een symfonie uitvoeren heeft geen zin als er geen publiek is. In dat opzicht is het van belang dat alle spelers aan de buitenwereld vertellen dat er goede en mooie muziek gemaakt wordt. Anders gezegd, citymarketing en vergroten van stadtrots zijn het sluitstuk en tegelijkertijd de voorwaarde voor een geslaagde uitvoering. Geloven in de eigen kracht, de eigen Lelykracht van het orkest, is daarbij essentieel.

Tijdens de repetities van een symfonie gaat het er om dat alle instrumenten in het juiste tempo en op het juiste moment hun partijtje meeblazen. Het is de taak van de dirigent om daarbij de ruimte te scheppen voor alle partijen om tot hun recht te komen en hun bijdrage te leveren. Een symfonie is immers een meerstemmig instrumentaal muziekstuk waaraan iedereen zijn bijdrage levert. Een eenheid in verscheidenheid, zonder solisten. Als je de juiste toon vindt, is heel het leven muziek en staat er niemand aan de zijlijn. Van dit concert des levens hebben we samen het program!

 

[1] Govert Derix is filosoof, schrijver en adviseur. Hij is voor en achter de schermen betrokken bij vernieuwende projecten voor overheden, instellingen en bedrijven. Derix schreef boeken over cultuurfilosofie, architectuur, zorg, natuurbeleid en gebiedsontwikkeling.

[2] Naar Govert Derix