Meer

Inhoud

Bijlagen

Bijlage 1: Reserve meerjarige begrotingsposten

Bij het vaststellen van de programmabegroting 2014 is een amendement aangenomen betreffende het instellen van een reserve meerjarige begrotingsposten. Inmiddels is geconstateerd dat de instelling van deze reserve heeft geleid tot een ingewikkelde financiële constructie, die het risico met zich mee brengt dat uit besluitvorming en amendering onwenselijke financiële gevolgen voortkomen.

Het primaire doel van de reserve is het voorkomen dat eenmaal genomen beslissingen met structurele werking in de sfeer van de begroting vervolgens niet meer terugkomen bij de raad voor een heroverweging. De reserve meerjarige begrotingsposten beoogt op een financieel-administratieve wijze de daarin ondergebrachte budgetmutaties jaar na jaar op raadsniveau te volgen, waarbij ieder jaar opnieuw de afweging kan worden gemaakt.

De systematiek heeft een aantal praktische complicaties, die fouten in de hand werken en de overzichtelijkheid beperken. Met de Commissie van de Rekening is overlegd over een mogelijk alternatief en is besloten om via een raadsvoorstel, voorafgaand aan de begrotingsbehandeling voor te stellen de systematiek te beëindigen. In plaats van deze reserve wordt jaarlijks bij de kadernota een lijst van begrotingsvoorstellen opgesteld, die zich lenen voor jaarlijkse heroverweging. Deze voorstellen zullen voorzien worden van informatie die voor een heroverweging van belang is.

Voor wat betreft het onderdeel ‘Ontwikkelcapaciteit stedelijke ontwikkeling’ is een werkplan voor 2017 opgesteld, dat hieronder is opgenomen.

Werkplan stedelijke ontwikkeling

Ter onderbouwing van het onderdeel ‘Ontwikkelcapaciteit stedelijke ontwikkeling’ dat gedekt wordt uit de reserve meerjarige begrotingsposten, is in deze bijlage het werkplan Stedelijke ontwikkeling 2017 opgenomen.

Grofweg onderscheiden we binnen de opgave voor de stedelijke ontwikkeling twee typen:

  1. Gestuurde ontwikkelingen gefinancierd vanuit eigen grondexploitaties binnen het Grondbedrijf (actief grondbeleid);
  2. Gestuurde / ruimte vragende externe ontwikkelingen, waar geen (directe) grondopbrengsten tegenover staan.

 Ad1.
Na doorvoering van het ‘middenscenario’ binnen de MPG resteert binnen het grondbedrijf ruimte voor  ontwikkelcapaciteit, die doorbelast kan worden naar de grondexploitaties. Het gaat daarbij om capaciteit die ingezet wordt op activiteiten die zijn gericht op de realisatie van de programmaonderdelen binnen de gebieden met een grondexploitatie.

Hieronder vallen dan de activiteiten voor o.a.:

  • Ontwikkeling bedrijventerreinen;
  • Ontwikkelingen kust museaal (gedeeltelijk);
  • Woningbouwontwikkeling Warande;
  • Ontwikkelingen in en rond het Stadshart (Theaterkwartier, bioscooplocatie Agorahof, Parkwijk waarvoor deelgrondexploitaties voor worden opgesteld.

Ad2.
Binnen dit type ontwikkeling, dat binnen de begroting is aangedragen als de ‘9.000 uur ontwikkelcapaciteit’, vallen de ontwikkelingen waar geen (of geen directe) grondopbrengsten tegenover staan. Dit type valt uiteen in drie categorieën:

1.     Gestuurde ontwikkelingen: waarbij het activiteiten betreft die erop gericht zijn om vanuit de ambities en doelstellingen voor de stad bepaalde gebieden of thema’s extra aandacht te geven of hierin een aanjaagfunctie hebben, maar ook de samenhang te organiseren bij de aanpak van problematiek en kansen. Hieronder vallen o.a.:

  • Het nieuwe intensiveringsveld 5 Stadshart; gezamenlijke inzet op het Stadshart met het uitwerkingsplan Tankink als basis voor aanpak leegstand, contacten met ondernemers, eigenaren en andere stakeholders en om meer beleving en kwaliteit te genereren.
  • Toeristisch aantrekkelijk maken van de kust; in samenhang beschouwen van ontwikkelingen aan de kust en regie op deze ontwikkelingen voeren.
  • Gebieds- en themagericht acquisitie en aanjagen; om specifieke woonmilieus en gewenste bedrijvigheid en andere ontwikkelingen naar Lelystad te halen (functie verkleuren kantoren naar wonen o.a via MIRT rijksgebouwen, recreatie en wonen rond Oostvaardersplassen, water wonen op het Markermeer, afmaken bestaande stad met specifieke woonmilieus)
  • Bijdragen aan de MRA versnellingsopgave woningbouw; door aantrekken van meer inwoners van buitenaf.

2.     Ruimte vragende externe ontwikkelingen: de ruimte vragende externe ontwikkelingen kunnen worden onderscheiden in beleidsmatig gewenste ontwikkelingen en particuliere initiatieven waaraan de gemeente medewerking verleent, waarvoor de gemeente geen eindverantwoordelijkheid heeft maar wel belang (passend bij de intensiveringsvelden). Hierbij valt te denken aan:

  • Ontwikkeling van de luchthaven: het begeleiden van de procedures, inpassen van de ruimtelijke effecten naar andere delen van de stad fysiek.
  • Ontwikkeling natuur / toeristische ontwikkeling van de Oostvaardersplassen (bijdrage bidbook en poortontwikkeling).
  • Begeleiding nieuwe initiatieven: waarbij de gemeente medewerking verleent aan de ontwikkellocaties in de stad, waar de gemeente zelf geen grondpositie heeft.
  • Kosten die gemaakt worden voor ontwikkelingen waar geen verdienmodel of kostenverhaal aan gekoppeld kan worden, zoals maatschappelijke initiatieven zonder financiële draagkracht (buurt en wijkinitiatieven).

3.     Stedelijke vernieuwing: tenslotte is er de noodzaak voor focus op de stedelijke vernieuwing. Met als doel om de bestaande stad vitaal te houden of te krijgen, bewoners te ondersteunen bij het creëren van een beter woon- en leefklimaat. Dit kan zijn in het faciliteren naar eigen buurtbeheer, procesbegeleiding in het “ophalen” en “verder brengen” van maatschappelijke initiatieven, professionaliteit om de uitvoering te faciliteren en te zorgen voor interne en externe afstemming en het wegnemen van obstakels.

Werkplan activiteiten en projecten Stedelijke ontwikkeling 2017
1.     Gestuurde ontwikkelingen

  • Stimuleren ontwikkeling kust (voorzieningen cruiseschepen, surflocatie)
  • Lelycenter Regie
  • Uitvoeren bredeschoolpleinen
  • Regie en PM Gebiedsontwikkeling LA en Larserknoop
  • Regie Kust
  • Regie Lelystad Zuid
  • Gebiedsvisie Batavia
  • Communicatie en marketing Lelystad Zuid
  • Ontwikkeling Lelystad Zuid
  • Globale gebiedsvisie Lelycentre
  • Uitvoeringsagenda Stadshart 2016
  • Mirt uitwerkingsagenda Rijksvastgoed
  • Versnellingsopgave woningbouw

2.     Ruimtevragende externe ontwikkelingen

  • Bestemmingsplan milieucontouren luchthaven
  • Landzijdige ontsluiting Lelystad Airport
  • OV ontsluiting luchthaven
  • Monitoring vergunningen Lelystad Airport
  • Nationaalpark Oostvaardersplassen
  • Behandelen nieuwe initiatieven
  • Batavialand
  • Rode Klif
  • Maerlant 10 - 14
  • Vredeswijk
  • Centrada tweede bouwlocatie
  • Woningbouw Centrada Kwelder
  • Verhuizing Leger des Heils
  • Taskforce huisvesting vergunninghouders 

3.     Stedelijke vernieuwing op uitnodiging

  • Stedelijke vernieuwing op uitnodiging
  • Stroomversnelling
  • Woonabonnement

Bijlage 2: Uitwerking- van annuitair naar linear (BBV)

Context
De nieuwe richtlijnen verplichten gemeenten om de gehanteerde interne rente, die gebruikt wordt voor de aan de producten doorberekende kapitaallasten, op een andere -voor gemeenten uniforme- manier te berekenen. Voor gemeenten die afschrijven op basis van annuïteiten leidt het lagere rentepercentage op korte termijn echter tot hogere afschrijvingen. Over de gehele looptijd blijft het bedrag van de afschrijvingen uiteraard wel gelijk, maar door de verschuiving in de tijd treden er  resultaateffecten op.

Hoewel het afschrijven op basis van annuïteiten niet expliciet wordt verboden door de commissie BBV zijn de richtlijnen zo opgesteld dat het handhaven van dit systeem haast ondoenlijk wordt: iedere toekomstige wijziging van het rentepercentage resulteert erin dat de annuïteiten opnieuw in de tijd verrekend moeten worden (met nieuwe resultaatverschuivingen tot gevolg).

In het lineaire systeem speelt deze problematiek niet, omdat het afschrijvingsbedrag ieder jaar gelijk is. Door de verlaging van het interne rentepercentage neemt het aandeel van de afschrijvingen, bij de herziene berekeningen, eerst toe en later af. De gemeente Lelystad heeft in de afgelopen jaren relatief veel investeringen gedaan die zijn geactiveerd op de balans. Doordat binnen de annuïteiten systematiek de afschrijvingen in de eerste jaren na activering relatief beperkt zijn vindt er door deze wijzigingen in feite een forse afschrijvingsinhaalslag plaats.

De definitieve doorrekening voor alle activa resulteert per jaarschijf in een nadeel van -€3,9 mln. tot -€2,8 mln. in het huidige meerjarenperspectief. Dit nadeel loopt langzaam verder af tot aan het kantelpunt dat over 16/17 jaar wordt bereikt, waarna deze nadelen weer omslaan in dienovereenkomstige voordelen. In jaarschijf 2032 treedt het kantelpunt op en veranderen de nadelen ten opzichte van de begroting in dienovereen-komstige voordelen. In de periode 2032 tot en met 2060 wordt het hierboven beschreven nadeel ten opzichte van de begroting weer volledig ingelopen, zodat deze operatie over deze gehele periode exact budgetneutraal uitpakt.


Mogelijke oplossingsrichtingen

Bij de uitwerking van een technische oplossingsrichting is gekeken naar twee verschillende wijzen van egaliseren:

1.     Egalisatie via de ‘Reserve Nuon (compensatie dividend)’
Deze reserve is ontstaan uit de verkooptransactie van de NUON aandelen en dient ter compensatie van het structureel wegvallen van de dividendopbrengsten. Vanaf 2009 valt hierdoor jaarlijks €2.001.000 vrij in de exploitatie, waarbij er over het restant van de reserve vanuit diezelfde begroting een dotatie plaatsvindt als rentevergoeding aan deze reserve (4,25%, eenmalig bepaald en vastgesteld in 2009). In 2015 ging het bijvoorbeeld om een bedrag van €1.294.000 wat weer werd toegevoegd aan deze reserve, waardoor de stand van deze reserve per saldo verminderde met €707.000 in 2015 (zijnde €2.001.000 minus €1.294.000). Volgens deze constructie vermindert deze reserve in 2016 met €736.790 zodat er per 1 januari 2017 nog €29.000.246,- in deze reserve resteert (wordt uitgeput in 30 jaar tijd). Voor de aankomende jaren staan er per saldo de volgende onttrekkingen begroot:

Wanneer er dekking gevonden zou worden om deze structureel begrote onttrekking te kunnen stopzetten per 1 januari 2017 zou de stand van deze reserve constant blijven op €29.000.246 (en zou er precies genoeg incidentele middelen beschikbaar zijn om te egaliseren). Er is in het college gesproken over de (on) mogelijkheden om in dit stadium dit type bedragen in het meerjarenperspectief vrij te spelen. Het gaat dan met name om de bedragen die vrijvallen in de periode 2017 – 2020, aangezien de bedragen daarna ongemerkt het meerjarenperspectief binnen sluipen tot en met 2039. Met ingang van 2040 is deze reserve uitgeput en ontstaat er een structureel dekkingstekort van zo’n €2 mln.

2.     Egalisatie via de ‘Voorziening voor groot onderhoud riolering’
Als alternatieve oplossingsrichting zou ook de voorziening voor het groot onderhoud van de riolering aangewezen kunnen worden voor egalisatie. De gedachte was dat het niveau van de onderhoudsvoorzieningen ruim voldoende was om de effecten van het egaliseren op te vangen. Het voordeel van deze variant zou zijn dat er geen dekking vrijgespeeld hoefde te worden, in tegenstelling tot de oplossingsrichting op het gebied van de Reserve Nuon (compensatie dividend).

Het probleem is echter dat voorzieningen formeel geen onderdeel uitmaken van het eigen vermogen, maar meetellen als vreemd vermogen. Daarnaast was de gedachte dat in het licht van de ICL discussie deze eventuele aanwending van de voorzieningen discutabel zou overkomen richting het Rijk. Er is overleg gevoerd met de provinciaal toezichthouder om te kijken naar de (on)mogelijkheden bij deze oplossingsrichting. Zowel de provinciaal toezichthouder als de accountant zijn niet enthousiast over deze oplossingsrichting. De toezichthouder raadt deze handelswijze primair af vanuit ICL oogpunt. De accountant wijst op zijn beurt op diverse juridische bezwaren. De voorziening voor het groot onderhoud van de riolering wordt namelijk gebruikt om te ‘sparen’ voor grote ingrepen in de toekomst en wordt opgebouwd door de rioolheffing die de inwoners betalen. Een andere aanwending van deze middelen zal ertoe leiden dat de gemeente in een benarde positie verzeild kan raken wanneer inwoners bezwaar maken tegen de hoogte van de rioolheffing. De voorziening moet namelijk toereikend zijn en moet aansluiten bij het vastgestelde GRP en de daarop gebaseerde tarieven. De commissie BBV heeft uitgebreide notities geschreven de te hanteren regels, specifiek gericht op deze onderhoudsvoorziening. De verwachting is dat deze handelswijze zal stuiten op veel problemen, met een onzekere uitkomst.

De oplossingsrichting die resteert beperkt zich tot een egalisatie via de Reserves Nuon. Op de volgende pagina’s zijn diverse varianten uitgewerkt, waarbij één variant technisch mogelijk en waarmee wordt voorkomen dat er forse bezuinigingen in het meerjarenperspectief doorgevoerd moeten worden.

Huidige situatie – vóór wijzigingen BBV

Zoals zichtbaar wordt in bovenstaande grafiek loopt in de bestaande situatie de Reserve Nuon (compensatie dividend) steeds sneller leeg, om in 2040 volledig te zijn uitgeput. De Reserve Nuon (niet vrij besteedbaar- deel weerstandsvermogen) blijft ongewijzigd staan op €16.000.000.

Variant 1: Egalisatie via Reserve Nuon (compensatie dividend)
Bij stopzetten reeds begrote onttrekking

Zoals zichtbaar wordt in bovenstaande grafiek is het een mogelijkheid om de Reserve Nuon (compensatie dividend) te gebruiken voor het egaliseren van de afschrijvingslasten. Deze reserve is precies toereikend en het kantelpunt in 2033 wordt bereikt zonder dat de reserve negatief wordt. De voorwaarde hiervoor is wel dat de begrote onttrekking met ingang van 2017 wordt stop gezet, wat resulteert in een dienovereenkomstig dekkingstekort (zie tabel op vorige pagina voor de precieze bedragen 2017 – 2020).

Variant 2: Egalisatie via Reserve Nuon (compensatie dividend)
Bij blijven onttrekken volgens de huidige begroting (compensatie dividend)

Zoals zichtbaar wordt in bovenstaande grafiek is het geen optie om te egaliseren via de Reserve Nuon (compensatie dividend), wanneer de reeds begrote onttrekking in stand blijft.  

Variant 3: Egalisatie via beide Reserve Nuon
Bij blijven onttrekken volgens huidige begroting (compensatie dividend)

Zoals zichtbaar wordt in bovenstaande grafiek is het eveneens geen optie om te egaliseren via het samenvoegen van de beide Reserves Nuon, wanneer de reeds begrote (en steeds verder oplopende) onttrekking in stand blijft.

Variant 4: Egalisatie via beide Reserve Nuon
Bij een begrote onttrekking die is vastgeklikt op €870.257 per jaar tot en met jaarschijf 2039.

Zoals zichtbaar wordt in bovenstaande grafiek lijkt deze variant de beste oplossing te zijn. In deze variant is er sprake van:

  1. Het in samenhang bezien van de beide Nuon Reserves en die aan te wijzen voor:
    a. Het onttrekken van jaarlijks €870.257 tot en met 2039 uit de reserve Nuon - compensatie dividend.
    b. Het egaliseren van de gewijzigde afschrijvingslasten (BBV regelgeving) via de reserve Nuon – niet vrij te besteden (weerstandsvermogen).
  2. De begrote onttrekking die begroot was in het meerjarenperspectief liep verder op tot bijna €2 mln. per jaar in 2039 (om daarna in het geheel te verdwijnen, met een structureel dekkingstekort tot gevolg). In deze variant wordt ervoor gekozen de onttrekking niet ieder jaar verder te laten oplopen, maar vast te klikken op het niveau 2020 (zijne €870.257), waarmee:
    a. Het nadeel dat zou ontstaan in het huidige meerjarenperspectief 2017 – 2020 niet langer van toepassing is (zoals wel het geval zou zijn binnen variant 1).
    b. Het probleem dat uiteindelijk zou ontstaan in 2040 en verder (de wegvallende dekking) wordt beperkt tot slechts €870.257 in plaats van €2 mln.
  3. In 2060 is er sprake van één egalisatiereserve (reserve Nuon – niet vrij besteedbaar weerstandsvermogen) die op dat moment €25.000.000 bedraagt. In de huidige situatie zou er dan sprake zijn van:
    a. Een Reserve Nuon (compensatie dividend) van €0
    b. Een Reserve Nuon (niet vrij besteedbaar- weerstandsvermogen) van €16.000.000.

In hoofdstuk 3.2 van deze programmabegroting wordt met voorstel 18 voorgesteld om in de uitwerking voor variant 4 te kiezen en vanaf 1 januari 2017 over te stappen op de lineaire afschrijvingssystematiek, met het op 1,5% vastgestelde rentepercentage. 

Bijlage 3: Subsidieoverzicht

In deze bijlage is een specificatie opgenomen van de (tot nog toe) verleende subsidies 2016. Om inzicht te geven in de verschillende soorten subsidies, gerelateerd aan de binnen deze programmabegroting opgenomen taakvelden, zijn er verschillende dwarsdoorsnedes van de data gemaakt:
1)     De 1e lijst geeft de subsidieplafonds 2017 weer.
2)     De 2e lijst geeft de eenmalige aan organisaties verstrekte subsidies weer, ingedeeld naar de taakvelden. Deze lijst is uiteraard pas compleet op  31-12-2016.
3)     De 3e lijst geeft de jaarlijkse aan organisaties verstrekte subsidies weer, ingedeeld naar de taakvelden.
4)     De 4e lijst is een totaallijst, waarbij er per organisatie steeds een beknopte omschrijving van de subsidies is weergegeven. Ook hier is de verdeling naar taakvelden gedaan. Het streven is in de toekomst nog een kwaliteitslag te maken in de omschrijvingen van de verstrekte subsidies.

1)   Subsidieplafonds 2017

2)      Eenmalig verstrekte subsidies 2016 (peildatum 1 september 2016)

Vervolg - eenmalig verstrekte subsidies 2016 (peildatum 1 september 2016)

3)      Jaarlijkse terugkerende subsidies 2016

Vervolg - jaarlijks terugkerende subsidies 2016

Vervolg - jaarlijks terugkerende subsidies

4)   Totaallijst subsidies 2016 – per organisatie

Vervolg totaallijst subsidies 2016 - per organisatie

Vervolg – totaallijst subsidies 2016 - per organisatie

Vervolg - totaallijst subsidies 2016 - per organisatie

Vervolg - totaallijst subsidies 2016 - per organisatie

Vervolg - totaallijst subsidies 2016 - per organisatie

Vervolg - totaallijst subsidies 2016 - per organisatie

Vervolg - totaallijst subsidies 2016 - per organisatie

 

Bijlage 4: versnellingsopgave wonen

Bijlage 5: 0320 Lelykracht

Moties en amendementen

  • Klik hier om de door de raad aangenomen amendementen te openen
  • Klik hier om de door de raad aangenomen moties te openen