Meer

Inhoud

1. Bestuurlijke boodschap

1. Bestuurlijke boodschap

De stad wacht op niemand[1]

Zij schrijft nu de geschiedenis van morgen

De overlevering wil dat de eerste Tour de France op woensdag 1 juli 1903 van start ging bij herberg Reveil Matin in Montgeron, een voorstad van Parijs, onder toeziend oog van Henri Desgrange, de man die wordt beschouwd als de oprichter van de Tour. Maar het officiële verhaal klopt niet, want in werkelijkheid was Desgrange helemaal niet bij de start aanwezig. Toen Desgrange zijn landenformule in de Tour lanceerde, schreef hij dat de koers ‘individueel’ zou zijn, maar dat een ‘zekere teamspirit getolereerd zou worden’. De Franse ploeg maakte er uitgebreid en systematisch misbruik van en het publiek vond het prachtig.

In de laatste begroting van deze college- en raadsperiode kijken we terug en vooruit. Niemand weet nu hoe de geschiedenis ons straks zal beoordelen. Wie waren er bij? Aan wie wordt welke prestatie toegeschreven? En welke partijen zaten er ook al weer in de Raad. Ze zullen het over honderd jaar niet meer weten. Ze niet… de stad wel. In deze begroting kijken we terug op vier etappes van onze ronde. Waarin elf equipes samenwerkten en samen streden. Waarin equipes soms van samenstelling wisselden en een kopgroep steeds opnieuw op de finish aanviel, maar soms in een massasprint werd verslagen. Waarin de tourbaas probeerde iedereen tot zijn of haar recht te laten komen – en niet te vergeten voortdurend promotie voor de ronde maakte. En waarin de verzorgers en technische staf zich het snot voor de ogen werkten om het allemaal mogelijk te maken. Alleen het publiek………daar gaat de vergelijking mank. We hebben in bijlage 1 op een rijtje gezet waar we ten opzichte van ons raadsprogramma staan. Welke doelen zijn bereikt en welke niet of maar in beperkte mate. Om in wielertermen te blijven: hebben we prijzen kunnen pakken? En ja, dan constateren we dat we op vier mooie etappes terugkijken. De strategie die we uitgestippeld hadden, hebben we voor het grootste deel kunnen uitvoeren. We zijn weer ‘schoon’ in financieel opzicht, we hebben de basis (verder) op orde gebracht. Althans, dat is ons beeld.

Na iedere ronde, zelfs na iedere etappe, zijn de volgers op zoek naar de trends en de verklaringen voor het behaalde resultaat en de teams naar de kansen die benut zijn, of zijn blijven liggen en natuurlijk naar de bedreigingen voor de volgende etappen of zelfs de volgende ronde. Daarvoor dient ook deze bestuurlijke boodschap.

 

De bergetappes

Ofwel: de kunst van het dalen

Merckx is compleet gek om met dit weer met zo’n snelheid te dalen. En die Wagtmans is helemaal rijp voor het gesticht. Ik zag hem in de afdaling met tachtig kilometer de wei inrijden. Gelukkig was er een klein weggetje, maar als er een boom of een muur had gestaan, was hij er geweest. (Bons)

Met bergetappes is iets merkwaardigs aan de hand, bergop gaat het langzaam, bergaf gaat het hard. Maar de vraag is, win je de wedstrijd bergop of bergaf? In ieder geval moet je voorkomen dat je valt als je bergafwaarts gaat. En je moet oog hebben voor de omstandigheden om de goede snelheid te bepalen. Zo was het ook met Lelystad. Aan het begin van deze bestuursperiode waren de economische vooruitzichten nog steeds pessimistisch, maar nu keert het tij. De Nederlandse economie zit flink in de lift, zo blijkt uit de nieuwste ramingen van het Centraal Planbureau (CPB).


Dankzij een zeer sterk tweede kwartaal trekt de economische groei dit jaar naar verwachting aan tot 3,3%. Daarmee zou de groei voor het eerst sinds het uitbreken van de crisis (2007) weer boven de 3% uitkomen. Ook voor komend jaar zijn de economische vooruitzichten naar boven bijgesteld. Het CPB raamt voor 2018 een groei van 2,5%. De economie en de woningbouw trekken weer aan en Lelystad lijkt daarvan tekunnen profiteren. Tenminste als we de kansen weten te pakken. Zoals bij de kadernota ook al aangegeven, vertaalt de groeiende economie zich niet onmiddellijk in financiële ruimte voor de gemeente. Die blijft onder druk staan. Er is nog een flink aantal risico’s waar we in de toekomst rekening mee moeten houden. Er zit dus voorlopig nog geen mooie vlakke etappe aan te komen. Het wordt klimmen en dalen!


Maar dat is niet erg. We hebben inmiddels geleerd hoe af te dalen. Met veel stuurmanskunst is de stad niet ten val gekomen. De begroting is nog steeds meerjarig sluitend, behoedzaam begrotingsbeleid betekent dat we bij de jaarrekeningen een positief resultaat laten zien (en dus niet ten val komen), de sociale en culturele infrastructuur is behouden. Door inspanningen binnen de jeugdzorg zelf en dankzij een effectieve en goed presterende WMO slagen we er binnen het sociaal domein in de onevenredige kortingen op de jeugdzorg op te vangen waardoor we tijd kopen om transitie die ook hier goed is ingezet op een verantwoorde manier te kunnen voltooien. En last but not least: in de fysieke infrastructuur konden en kunnen we investeren. Maar er zijn nog wel een paar bergen te nemen. Denk aan bijvoorbeeld de in de toekomst wegvallende precario-middelen en de effecten van de uitkomst van de ICL discussie.


Maar om met Pieter Winsemius te spreken: “Dat is een kwestie van erop en erover”.


De trendstudie van 2017 “Vergaand veranderen, slim verschillen, duurzaam verbinden; Stedelijke trends en opgaven voor 2018 e.v.“ zet voor de G32-steden relevante ontwikkelingen op een rij. Klaas Mulder[2] vatte het mooi samen: De kunst is, te begrijpen hoe de wereld er uit ziet door de ogen van mensen die niet op ons lijken. Het zijn zij die met hun keuzes uiteindelijk ons succes bepalen. Het is hun handelen waardoor de wereld verandert. En wij kunnen daarvoor ruimte maken. Anders gezegd: Gemeenten zijn wel resultaatafhankelijk, maar niet altijd resultaatverantwoordelijk. We hebben deze trendstudie als bijlage 2 bij de begroting opgenomen. Waarbij opgemerkt dient te worden dat we op moeten passen voor de valkuil dat we trends als een werkelijkheid zien. Vertaald naar Lelystad zijn een paar trends zeker herkenbaar. Deze zullen ook aan Lelystad niet voorbij gaan en bieden enig houvast voor de toekomst:
Trend 1: Sociale en ruimtelijke verschillen groeien
Dit betekent voor Lelystad:
• Doorgaan met verbeteren van wonen en zorg in de wijk
• Waarbij niet onze schotten tussen voorzieningen maar de werkelijkheid in de wijk leidend is
• Oog hebben voor ongelijkheid en segregatie

Trend 2: De samenleving verandert sneller dan de stad
Dit betekent voor Lelystad:
• Met fysieke ingrepen (woningbouw en openbare ruimte) hierop inspelen
• Besteed aandacht aan – ook in letterlijke zin – de verbinding tussen en mobiliteit van mensen
• Blijven werken aan het vitaliseren van het stadshart


Trend 3: Onderweg naar een duurzame samenleving met duurzame groei
Dit betekent voor Lelystad:
• Zet in en maak letterlijk ruimte voor verduurzaming en de energietransitie
• Zet sterk in op het vergroten van maatschappelijke kansen door voor iedereen werk te creëren
• Versterk en maak gebruik van de samenwerkingskracht van de regionale economie
• Voeg goede en flexibele woningen toe met een zo klein mogelijke footprint


Trend 4: Nieuwe spelers en spelregels veranderen nu het spel
Dit betekent voor Lelystad:
• Werk door aan een modern bestuur met ruimte voor burgers
• Zet in op het stimuleren van zelfredzaamheid van mensen
• Overheid, markt en maatschappelijk middenveld moeten steeds vaker samenwerken
Het past ons hier nu niet om uitgebreid naar voren te kijken; over een half jaar wordt er immers een nieuw routeboek gemaakt.

De volgers

Zonder volgers geen koers

In Adelaide, voor de start van de Tour Down Under, hingen tweehonderd verslaggevers in de nek van één man: Lance Armstrong. De straat voor zijn hotel zag zwart van de bodyguards. In de suite was voorzien in een directe lijn met het Witte Huis. Zijn laatste liefje was er ook, uiteraard in verwachting. Hoezo volkssport.

In de afgelopen bestuursperiode hebben we oog gehad voor verschillen in de Lelystadse samenleving. Hierbij hebben we de vraag gesteld in hoeverre sprake is van een tweedeling en hoe inwoners met wie het goed gaat meer betrokken kunnen worden bij voorzieningen in de stad, zoals het Stadshart. Dit bleek geen makkelijk vraagstuk en is er ook niet eentje dat zich beperkte tot deze tijd of ons grondgebied. Verschil is er. Altijd geweest ook. Als er wordt gesproken en gediscussieerd zorgen verschillen in taal, opleiding en cultuur soms voor obstakels. Het overbruggen van die verschillen gaat vaak makkelijker door samen dingen te doen. Op school, op de sportclub, bij de zangvereniging spelen die verschillen nauwelijks een rol. Een rijk verenigingsleven en afdoende mogelijkheden voor mensen om elkaar te ontmoeten en samen dingen te ondernemen, zorgen voor de verbinding. Als gemeente moeten we dit koesteren, stimuleren en bruggen slaan tussen beleid en samenwerking. En we moeten er voor zorgen dat we – zoals Wallage dat in een column noemde – blijven zorgen voor passend contact met de burger. Natuurlijk zijn formele regels van belang, een rechtstaat kan niet zonder. Maar die regels zijn het hele leven niet. Burgers ervaren het alleen formeel toepassen van regels niet als een vorm van passend contact. Soms helpt een mondelinge toelichting. Dat vraagt dus iets van de gemeente, van de verzorgers.

 

Het is koers

Maar oppassen voor de Chasse patate[3]

De renners die ik sprak, konden niet wachten om de openingsstrijd van het klassieke wielerseizoen te rijden. Ze waren gewapend tegen de elementen, tegen ongemak, tegen kou en misère. Zeiden ze gretig. Want het gaat om de meet, om de prijs om het publiek. (Camps)

Het is koers voor Lelystad. Na 2018 staat er van alles te gebeuren, Flevokust-haven is opgeleverd, er zijn windparken, Inditex heeft gebouwd en gaat starten met de distributie, per 1 april 2019 is de luchthaven volledig operationeel om maar een paar kansen te benoemen. Halverwege het komende begrotingsjaar begint er een nieuw seizoen. Met nieuwe teams, nieuwe routeboeken en nieuwe kopmannen (en vrouwen). Dit keer ligt de prijs onder handbereik. We zijn op weg naar het podium. Maar dat gaat niet vanzelf. Het is een kwestie van doorkachelen zoals Gerrie Knetemann dat noemde, er een snok aan geven[4] en zorgen dat je niet in de bus[5] terecht komt. Parijs is nog ver zou Joop Zoetemelk zeggen. Tegen de nieuwe ploegen willen we graag zeggen: de stad wacht op niemand, sterker nog: blijf hem voor. Maak de koers!

[1] - Vrij naar de tour wacht op niemand, Mart Smeets
[2] - Klaas Mulder, Publicist, in een presentatie Signalen over Morgen voor Platform31
[3] - Situatie waarbij een groepje renners uit het peloton ontsnapt om naar een kopgroep te rijden, maar halfweg blijft hangen. Ze slagen er kilometers lang niet in de kopgroep te bereiken, maar ze zijn ook te ver voorop om zich nog te laten inhalen door het peloton.
[4] - extra hard gaan rijden
[5] - groep renners die niet mee kan in de bergetappes en gezamenlijk in een rustiger tempo naar de finish fietst.