3. Financiële begroting

Inhoud

3.1 Overzicht van baten en lasten en toelichting

3.1 Overzicht van baten en lasten en toelichting

Dit hoofdstuk bevat de specificatie van baten en lasten per programma zowel voor de exploitatie als de reserves (taakveld 0.10 mutatie reserves wordt in de tabel op de volgende pagina uitgesplitst naar taakveld). In het volgende hoofdstuk komt de financiële positie van de gemeente Lelystad aan de orde. De in deze programmabegroting 2019 – 2022 voorgestelde begrotingsbijstellingen uit het volgende hoofdstuk zijn nog niet in deze cijfers verwerkt (dat volgt pas na raadsbesluit).

In de paragraaf IBT is de uitsplitsing van deze baten en lasten gemaakt naar incidenteel en structureel.

Grondslagen begroting

  1. De begroting is opgesteld conform de nieuwe BBV richtlijnen die van toepassing zijn per 1 januari 2017.
  2. De voorstellen uit het financieel perspectief 2019 – 2022 die betrekking hebben op het gemeentefonds zijn gebaseerd op de informatie uit de meicirculaire 2018.
  3. De begroting is opgesteld in constante prijzen.

3.2 Voorgestelde begrotingsbijstellingen - structureel

3.2 Voorgestelde begrotingsbijstellingen - structureel

De beginstand van deze programmabegroting 2019 – 2022 is gelijk aan de door de raad vastgestelde eindstand van de programmabegroting 2018 – 2021. Na deze beginstand volgt een overzicht van de door het college voorgestelde bijstellingen op het begrotingssaldo, eindigend in de eindstand van deze programmabegroting 2019 en meerjarenraming 2020 – 2022. In de pagina’s daarna wordt ieder voorstel afzonderlijk van een toelichting voorzien.

 

 

A. Onontkoombaar / actualisaties

 

Als gevolg van de invoering van de tienjarige geldigheidsduur voor paspoorten en identiteitskaarten voor volwassenen per 9 maart 2014, neemt het aantal aanvragen van deze documenten vanaf 2019 gedurende vijf jaar fors af. Volwassenen die tussen 2014 en 2018 een paspoort of identiteitskaart hebben aangevraagd hoeven hun document immers pas vanaf 2024 te vervangen. Dit heeft gevolgen voor gemeenten, voor zowel de organisatie als de gemeentelijke begroting.

Deze maatregel vraagt om toenemende flexibiliteit en bredere inzet van de eigen medewerkers maar biedt tevens mogelijkheden om de toenemende druk op de kwaliteit en kwantiteit (o.a. op het gebied van adresonderzoeken en het tegengaan van adres- en identiteitsfraude) van de tweede lijn binnen de huidige formatie op te vangen. Daarnaast kan met behulp van een flexibele schil direct worden gestuurd op de behoeftebepaling in het aantal aanvragen.

Voorgesteld besluit:
1. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Reisdocumentendip’ de begroting 2019 en de meerjarenraming 2020 – 2022 bij te stellen met de volgende bedragen: -€307.000 in 2019, -€317.000 in 2020, -€300.000 in 2021 en -€275.000 met ingang van 2022.

 

Naar aanleiding van de in 2016 doorgevoerde BBV wijzigingen zijn de aan het beheer van onroerend goed verbonden baten en de lasten vanuit de grondexploitatie structureel overgebracht naar de reguliere begroting. Het uitgangspunt bij deze overgang was dat de beheerskosten gedekt moeten worden uit de opbrengsten die met het vermogen gegenereerd kunnen worden. In de praktijk blijkt de binnen dit taakveld beschikbare ruimte voor de activiteiten van de vastgoedjuristen te krap. In de afgelopen jaren moest er dan ook aanvullende juridische capaciteit worden ingehuurd. Tegelijkertijd was er sprake van extra pacht-en verhuuropbrengsten, wat maakt dat er per saldo geen sprake was van een nadelige afwijking.

Om juridische vastgoed- en dossierkennis fundamenteler / langduriger te borgen en de inhuur - overeenkomstig de wens van de raad - verder terug te dringen wordt voorgesteld met ingang van 2019 de formatie van de vastgoedjuristen structureel uit te breiden met 1 fte. Samen met de toegenomen rentelasten, als gevolg van de toegenomen uitgifte in erfpacht, resulteert dit in een benodigde dekking van €116.000. Voorgesteld wordt deze structurele lasten met ingang van 2019 budgetneutraal te dekken uit de hogere pacht- en verhuuropbrengsten.

Voorgesteld besluit:
2. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Beheer onroerend goed’ de begroting 2019 en de meerjarenraming 2020 – 2022 structureel budgetneutraal bij te stellen met €116.000.

 

Met ingang van de tweede helft van 2018 is er sprake van structureel hogere opbrengsten binnen het taakveld beheer onroerend goed. Er is een zonnepanelenpark van 30 hectare gerealiseerd op een gedeelte van Flevokust, waarbij het gevestigd opstalrecht resulteert in structureel hogere inkomsten ter grootte van €80.000.

Tegelijkertijd is er ook sprake van structureel hogere lasten van € 10.000 met name in verband met jaarlijkse maatregelen voor ontsluiting van het zonnepanelenpark. Daarnaast spelen er tal van infrastructurele- en fysieke ontwikkelingen in dit gebied, waar voorbereidende werkzaamheden voormoeten worden uitgevoerd en waar flexibel op moet kunnen worden ingespeeld. De ontwikkeling van een havenbedrijf voor Flevokust, waarvoor in de loop van 2018 nog nadere voorstellen zullen worden uitgewerkt, is hier een voorbeeld van. Verder gaat het om de uitvoering van haalbaarheidsstudies en het jaarlijks actualiseren van een 10 jaarprogramma voor ruimtelijke plannen. Voorgesteld wordt om met ingang van 2019 hiervoor een ontwikkelbudget beschikbaar te stellen ter grootte van €70.000 en de totale lasten budgetneutraal te dekken uit de hogere inkomsten.

Voorgesteld besluit:
3. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Opstalrecht en ontwikkelbudget beheer onroerend goed’ de begroting 2019 en de meerjarenraming 2020 – 2022 structureel budgetneutraal bij te stellen met €80.000.

 

In de besluitvorming van de programmabegroting 2018 - 2021 heeft de raad een amendement aangenomen, waarbij er een aantal wenselijke voorstellen van dekking werden voorzien. Een onderdeel van dit amendement was dat de structurele kosten die onderdeel uitmaakten van het voorstel 'Visie Lelystad Digitaal 2020' in de jaren 2018 - 2021 incidenteel gedekt moesten worden via een onttrekking vanuit de Reserve Ontwikkeling Stad (ROS).

Tijdens deze raadsvergadering is door het college al aangegeven dat deze structurele kosten in de jaren na 2021 (denk aan kapitaallasten, licentiekosten en dergelijke) als onontkoombaar voorstel terug zullen komen bij het opstellen van de programmabegroting 2019 - 2022. Het besluit om de visie uit te gaan voeren houdt namelijk in dat er op incidentele basis intensiveringen worden uitgevoerd, die uiteindelijk resulteren in een structurele kostencomponenten enerzijds en kostenbesparingen anderzijds. Het saldo tussen deze structurele kosten en deze structurele besparingen wordt in dit onontkoombare voorstel opgevoerd.

Voorgesteld besluit:
4. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Lelystad digitaal 2020’ de meerjarenraming met ingang van 2022 bij te stellen met -€134.000.

 

Bij de behandeling van de programmabegroting 2018 - 2021 heeft de raad een amendement aangenomen waarin er ter dekking van enkele wenselijke voorstellen een taakstelling inhuur is ingeboekt met ingang van 2019. Het college heeft tijdens de besluitvormende raadsvergadering aangegeven geen aanvullende taakstelling op de organisatie neer te willen leggen en dit onderwerp terug te laten komen bij de kaderbrief 2019 - 2022.

Het college heeft aangegeven dat er administratieve bezwaren bestaan bij het inboeken van een dergelijke taakstelling. Inhuur is op zichzelf geen taakveld of afdelingsproduct, maar een kostensoort. Bezuinigen op inhuur betekent dus een discussie over op welke inhuur precies moet worden bezuinigd. Links- of rechtsom leidt dit amendement tot een toenemende werkdruk en zullen prestaties niet (op tijd) geleverd kunnen worden. Het is een nieuwe taakstelling op de organisatie, waarbij alles overziend het de vraag is hoe wenselijk een dergelijk voorstel is als gekeken wordt naar de effecten.

In de afgelopen jaren is er namelijk een cumulatieve bezuiniging op de organisatie gelegd van bijna 8,5 miljoen euro. Bovendien is er tegelijkertijd sprake geweest van een sluimerende taakvermeerdering, die eveneens heeft gezorgd voor een extra druk op de organisatie. Het spreekt voor zich dat de druk op de organisatie in de afgelopen jaren steeds verder is toegenomen als gevolg van deze ontwikkelingen. In de afgelopen jaren moest er steeds worden geschakeld om vorm en inhoud te kunnen geven aan deze veranderingen. Om meer met minder te doen.

Bij het waarmaken van deze hoge ambities is er continue gestreefd naar het optimaliseren van de bedrijfsvoering, waarbij de ‘wendbaarheid’ van de organisatie een kritische succesfactor is gebleken. Een belangrijk onderdeel hierbij is dat afdelingen de ruimte en verantwoordelijkheid krijgen om in iedere situatie de meest optimale afweging te maken ten aanzien van de benodigde inzet. Het uitgangspunt hierbij is dat de prestaties geleverd moeten worden binnen de in de begroting beschikbare middelen. De keuze om bijvoorbeeld vacatureruimte niet in te vullen of binnen de materiële budgetten te kiezen voor externe inhuur wordt weloverwogen gemaakt. Daarom wordt voorgesteld deze taakstelling ongedaan te maken.

Voorgesteld besluit:
5. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Taakstelling inhuur’ de begroting 2019 en de meerjarenraming 2020 – 2022 structureel bij te stellen met -€350.000.

 

In het sociaal akkoord hebben het kabinet en sociale partners (werkgevers en werknemers) afgesproken dat ze extra banen gaan creëren voor mensen met een arbeidsbeperking (30 tot 50% arbeidsproductiviteit). Dit is de zogenaamde Wet Banenafspraak. De overheid heeft hier als werkgever ook een eigen verantwoordelijkheid in het zorgdragen voor 25.000 banen tot 2024, wat resulteert in het aantal van 25 banen voor de gemeente Lelystad. In de afgelopen twee jaar is gebleken dat dit in zeer beperkte mate te realiseren is op reguliere functies. Ondertussen is de quotum wet ingegaan, wat betekent dat bedrijven/gemeenten die niet voldoen aan deze wetgeving boetes zullen krijgen.

Binnen de gemeente Lelystad is de oplossing gevonden in de samenwerking met Concern voor Werk, zodat aan deze wetgeving kan worden voldaan. Voor het op termijn creëren van 25 banen zijn echter wel middelen noodzakelijk.

Voorgesteld besluit:
6. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Garantiebanen’ de begroting 2019 en de meerjarenraming 2020 – 2022 bij te stellen met de volgende bedragen: -€135.000 in 2019, -€140.000 in 2020, -€150.000 in 2021 en -€160.000 met ingang van 2022.

 

De eisen op het gebied van privacy en informatiebeveiliging (IB) nemen toe, onder andere als gevolg van de horizontale en verticale verantwoording die sinds 2017 van kracht is geworden (www.ensia.nl). Over de volle breedte van de Baseline Informatieveiligheid Gemeenten (BIG) is er voor gemeenten sprake van toegevoegde taken en een uitgebreider bereik. Een voorbeeld hiervan is een onvermijdelijke externe IT-audit die moet worden uitgevoerd. De Chief Information Security Officer (CISO) is in dit geheel belangrijk, want het is zaak om bij te blijven. Hackers gaan steeds geavanceerder te werk, terwijl het werk steeds digitaler wordt en in de cloud staat opgeslagen.

Ook op het gebied van privacy geldt dat er nieuwe verplichtingen gelden, gelet op de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Zo moet er een Functionaris Gegevensbescherming (FG) worden aangesteld, die fungeert als interne toezichthouder op privacy. Ook moeten er registers worden bijgehouden van gegevensverwerkingen en moeten er bewerkersovereenkomsten worden opgesteld. Daarnaast moeten er privacy impact assessments en audits worden uitgevoerd, moet er voorlichting worden gegeven en moet een eventueel datalek op een adequate manier worden afgehandeld. De nationale toezichthouder controleert de naleving van deze regels en mag boetes uitdelen aan organisaties die zich er niet aan conformeren.

Op dit moment is er 1 medewerker zowel CISO als FG. Door de hierboven beschreven toenemende onvermijdelijke werkzaamheden is dat niet meer te behappen. Bovendien is er sprake van een onwenselijke functievermenging, omdat de FG (deels) toezicht zou kunnen houden op maatregelen van de CISO. Om te voldoen aan de onvermijdelijke en toegenomen IB-eisen en privacyregels wordt voorgesteld deze functies onafhankelijk van elkaar in te vullen, conform de handreiking vanuit de VNG. Het gaat om de formatiekosten van een FG en de bijkomende kosten voor de jaarlijkse IT-audit en de privacytool.

Voorgesteld besluit:
7. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Privacy en informatiebeveiliging’ de begroting 2019 en de meerjarenraming 2020 – 2022 structureel bij te stellen met -€104.000.

 

Investeringen in maatschappelijk en economisch nut worden geactiveerd en over de looptijd afgeschreven. Dit vertaal zich in de begroting in bijbehorende rente- en afschrijvingslasten (de zogeheten kapitaallasten). Op het moment dat activa volledig zijn afgeschreven vallen de bijbehorende kapitaallasten weg, waarmee de financiële ruimte automatisch weer onderdeel uitmaakt van het beschikbare begrotingssaldo. Bij noodzakelijke vervangingsinvesteringen wordt er op dat moment weer opnieuw een aanvraag gedaan voor de bijbehorende kapitaallasten.

Via een meerjareninvesteringsplan wordt er op het gebied van ICT inzichtelijk gemaakt welke bedrijfsmiddelen wanneer vervangen moeten worden, volgens de vastgestelde bedrijfseconomische afschrijvingstermijnen. Op het moment dat een actief volledig is afgeschreven vallen de kapitaallasten automatisch vrij in het begrotingssaldo, waarbij de dekking van kapitaallasten voor vervangingsinvesteringen betrokken wordt bij het begrotingsproces. Bedrijfsmiddelen die technisch gezien nog langer mee kunnen worden uiteraard later vervangen, los van de bedrijfseconomische afschrijvingstermijnen.

De vervangingsinvesteringen in ICT bedrijfsmiddelen zijn nodig om de beschikbaarheid van informatiesystemen plaats en tijd onafhankelijk te kunnen waarborgen. Het niet vervangen van onderdelen van de ICT-infrastructuur (servers, opslagcapaciteit, werkplekken, laptops, telefoons en applicaties) zal onherroepelijk leiden tot uitval, verstoring, performance verlies en niet kunnen actualiseren van systemen. Voor 2019 kan het beschikbare krediet worden bijgesteld met -€135.000. Voor 2020, 2021 en 2022 dienen de beschikbare kredieten te worden geactualiseerd met respectievelijk €291.000, €476.000 en €1.248.000. Dit zijn geen 'extra' investeringen, maar vervangingsinvesteringen - met uitzondering van de opgenomen investeringen die noodzakelijk zijn voor "choose your own device"- zoals reeds in een eerder door de raad is bekrachtigd. De aanpassingen van de benodigde kredieten leidt tot de voorgestelde wijziging in kapitaallasten.

Voorgesteld besluit:
8. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Vervangingsinvesteringen ICT 2019 - 2022’ de begroting 2019 en de meerjarenraming 2020 – 2022 bij te stellen met de volgende bedragen: -€10.000 in 2019, €27.000 in 2020, -€34.000 in 2021 en -€149.000 met ingang van 2022.

 

Naast de ICT gerelateerde vervangingsinvesteringen uit het vorige voorstel zijn er ook nog overige activa aan vervanging toe. Zo maakt de begraafplaats intensief gebruik van een trekker, welke inmiddels volledig is afgeschreven en op korte termijn vervangen zal moeten worden. Ook voor wat betreft de gemeentelijke landmeetauto geldt dat deze inmiddels al enige jaren volledig is afgeschreven en op korte termijn vervangen zal moeten worden.

Inmiddels is er gekeken naar de verschillende modellen en ook de verschillende opties voor wat betreft koop of lease zijn onderzocht. De kapitaallasten van de trekker komen uit op €4.000 (gerekend met een investering van €57.000 en een beperkte inruilwaarde van de oude trekker). De kapitaallasten van de landmeetauto komen uit op €5.000 (gerekend met een investering van €50.000).

Voorgesteld besluit:
9. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Vervangingsinvesteringen overig’ de begroting 2019 en de meerjarenraming 2020 – 2022 structureel bij te stellen met -€9.000.

 

De gemeente Lelystad is aandeelhouder van Vitens en ontvangt als aandeelhouder jaarlijks dividend. De hoogte van deze inkomsten is daarbij afhankelijk van het bedrijfsresultaat van Vitens. In verband met wetswijzigingen is er een tariefregulering ingevoerd, waarbij er een norm is ingesteld voor het maximale bedrijfsresultaat, de zogenoemde WACC norm. Te veel behaalde winst in jaar ‘t’, moet aan de klant teruggeven worden via de tarieven in jaar ‘t+2’. De overwinst uit 2016 moet in 2018 via lagere tarieven teruggegeven worden aan de klant. Behalve het teruggeven van de ‘overwinst’ uit 2016 en 2017 via de tarieven, is ook de WACC-norm die de maximale winst reguleert voor de jaren 2018 en 2019 vastgesteld op een lager niveau dan 2017.

Beide factoren zorgen er voor dat het nettoresultaat van Vitens over 2018 en 2019 lager uit zal vallen en dat de aandeelhouders een lagere dividenduitkering zullen ontvangen in 2019 (over winst 2018) en 2020 (over winst 2019). In de gemeentebegroting is gerekend op structurele dividendinkomsten ter grootte van €255.000. Met de huidige inzichten zal dit bedrag in 2019 en 2020 met €155.000 moeten worden bijgesteld tot €100.000. Het bedrijfsresultaat zal in 2020 naar verwachting weer op een hoger niveau uitkomen, wat maakt dat de bijstelling voor 2021 en verder beperkt blijft tot €55.000.

Voorgesteld besluit:
10. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Deelnemingen’ de begroting 2019 en de meerjarenraming 2020 – 2022 bij te stellen met -€155.000 in 2019, -€155.000 in 2020 en -€55.000 met ingang van 2021.

 

In de afgelopen jaren is de OZB opbrengst jaarlijks bijgesteld voor inflatie en areaal. Het indexpercentage voor 2019 is bepaald op 1,75%, wat resulteert in een positieve bijstelling van €384.000 (1,75% van €21.963.568 aan totale OZB opbrengsten). De factor areaal resulteert in een positieve bijstelling van €529.000, met name als gevolg van de realisatie van enkele grotere bedrijfsvestigingen en de ontwikkelingen rondom het vliegveld.

Voorgesteld besluit:
11. Op basis van bovenstaand voorstel ‘OZB opbrengsten – indexatie en areaaluitbreiding’ de begroting 2019 en de meerjarenraming 2020 – 2022 structureel bij te stellen met €913.000.

De Tweede Kamer heeft op 21 februari 2017 ingestemd met de wet die de heffingsbevoegdheid van precariobelasting voor enige openbare werken van algemeen nut beperkt. Dit betekent dat gemeenten geen precariobelasting meer kunnen heffen over netwerken die nutsbedrijven in, op of boven gemeentegrond exploiteren. Bij het wetsvoorstel heeft de Tweede Kamer een amendement aangenomen waarmee de voorgestelde overgangsregeling van 10 jaar wordt teruggebracht naar 5 jaar. Gemeenten die op 10 februari 2016 in hun belastingverordening een tarief hadden voor nutsnetwerken, mogen uiterlijk tot 1 januari 2022 precariobelasting op nutsnetwerken heffen.

Voor de gemeente Lelystad betekent dit dat er tot en met 2021 nog precariobelasting geheven kan worden, met een jaarlijkse opbrengst van €1.760.000. Deze algemene inkomstenbron komt volledig te vervallen, resulterend in een dienovereenkomstig structureel nadeel van €1.760.000 met ingang van 2022.

Voorgesteld besluit:
12. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Precariobelasting’ de meerjarenraming met ingang van 2022 bij te stellen met -€1.760.000.

Het college heeft op 12 december 2017 besloten de taken voor toezicht op brandveilig gebruik gebouwen over te dragen van de Omgevingsdienst Flevoland, Gooi en Vechtstreek (OFGV) naar de Brandweer Flevoland en de gemeente Lelystad. De gemeenteraad is over dit besluit geïnformeerd met een raadsinformatiebrief, waarin werd aangegeven dat deze taakverschuiving zal resulteren in een structureel voordeel voor de gemeente. Tegelijkertijd is aangegeven dat eventuele frictiekosten nog met dit voordeel moeten worden verrekend.

Inmiddels is de taakoverdracht afgerond, waarmee ook duidelijkheid is ontstaan over financiële afwikkeling. Mede omdat frictiekosten konden worden voorkomen resulteert dit besluit met ingang van 2019 in een structureel voordeel ten opzichte van de meerjarenraming van €76.000.

Voorgesteld besluit:
13. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Taakoverdracht van Omgevingsdienst naar Brandweer’ de begroting 2019 en de meerjarenraming 2020 – 2022 structureel bij te stellen met €76.000.

De begroting van de Veiligheidsregio wordt jaarlijks geactualiseerd conform de in de gemeenschappelijke regeling opgenomen uitgangspunten zoals volumegroei en indexatie. De in de gemeentebegroting opgenomen bijdrage aan de Veiligheidsregio wordt hier jaarlijks op aangepast. Voor 2019 wordt daarnaast de gemeentelijke bijdrage aan de kolom bevolkingszorg geactualiseerd, conform de gemaakte afspraken in het Algemeen Bestuur. Ten opzichte van de bedragen die meerjarig in de gemeentebegroting zijn opgenomen resulteert dit in een bijstelling die per saldo neerkomt op -€132.000.

Overigens zijn er in de concept kadernota 2019 van de Veiligheidsregio een aantal risico's gekwantificeerd, waarover nog in een later stadium besloten zal worden (arbeidshygiëne, Instituut Fysieke Veiligheid, verhoging ABP pensioenpremies). Eventuele financiële gevolgen die hiermee samenhangen zullen worden betrokken in de kadernota 2020 – 2023.

Voorgesteld besluit:
14. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Veiligheidsregio’ de begroting 2019 en de meerjarenraming 2020 – 2022 structureel bij te stellen met -€132.000.

Het is een taak voor de gemeenten om een lokale persoonsgerichte aanpak (PGA) te hebben zodat ernstige overlast en criminaliteit door inwoners verder kan worden verminderd. Via een PGA heeft de gemeente regie over het bieden van een lokale overlegstructuur waarbinnen ketenpartners vanuit zorg en straf moeten samenwerken. Een gezamenlijk plan moet de effecten van in te zetten interventies vergroten zodat recidive vermindert en overlast afneemt. De uitvoering van de PGA valt uiteen in een triage, een uitvoeringsoverleg PGA en monitoring.

Het is een taak voor de gemeenten om een lokale persoonsgerichte aanpak (PGA) te hebben zodat ernstige overlast en criminaliteit door inwoners verder kan worden verminderd. Via een PGA heeft de gemeente regie over het bieden van een lokale overlegstructuur waarbinnen ketenpartners vanuit zorg en straf moeten samenwerken. Een gezamenlijk plan moet de effecten van in te zetten interventies vergroten zodat recidive vermindert en overlast afneemt. De uitvoering van de PGA valt uiteen in een triage, een uitvoeringsoverleg PGA en monitoring.

Voorgesteld besluit:
15. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Persoonsgerichte aanpak’ de begroting 2019 bij te stellen met -€50.000.

In verband met de achterblijvende interesse in lichtmastreclames vallen de inkomsten de laatste jaren lager uit dan begroot. Dit ondanks pogingen van de exploitant om ondernemers of bedrijven te interesseren voor deze vorm van reclame. Op basis van de huidige inzichten dienen de jaarlijkse inkomsten met €19.000 naar beneden toe bijgesteld te worden tot €41.500.

Voorgesteld besluit:
16. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Inkomsten lichtmastreclames’ de begroting 2019 en de meerjarenraming 2020 – 2022 structureel bij te stellen met -€19.000.

Het Waterschap Zuiderzeeland heeft deze zomer een concept kostentoedelingsverordening 2018 toegezonden, waaruit blijkt dat het waterschap van plan is de watersysteemheffing op wegen aan te passen. De watersysteemheffing is een belangrijke inkomstenbron voor het waterschap, die deze inkomsten gebruikt voor het onderhoud van dijken en het beheer van oppervlaktewater.

De hoogte van de heffing wordt in de nieuwe situatie gerelateerd aan de economische waarde van het object en de schade die wordt geleden vanwege het niet kunnen gebruiken van dat object, indien bijvoorbeeld de dijken het begeven. De kern van deze nieuwe verordening is dat de hoogte van de jaarlijkse heffing voor de gemeente voor het onderdeel wegen, stijgt met 100%. Er is inmiddels een zienswijze ingediend door de provincie en alle gemeenten in Flevoland. Het waterschap zal hier nog een beslissing over nemen, wat maakt dat het op dit moment nog niet duidelijk is of deze veranderingen worden doorgezet. Ervan uitgaande dat de concept kostentoedelingsverordening wordt vastgesteld zullen de lasten voor wegen stijgen met €130.000.

Voorgesteld besluit:
17. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Waterschapsbelasting’ de begroting 2019 en de meerjarenraming 2020 – 2022 structureel bij te stellen met -€130.000.

Ten behoeve van de verbetering van de ontsluiting van het centrum, daarbij mede gelet op bereikbaarheid van het te openen vliegveld, zijn percelen nodig die niet in eigendom van de gemeente zijn. In de afgelopen periode zijn er meerdere gesprekken gevoerd met de vertegenwoordiger van de eigenaren van het perceel, maar dit heeft tot dusver niet tot overeenstemming geleid. In het proces is duidelijk gemaakt dat de inzet is er minnelijk uit te komen maar dat tegelijktijdig de nodige stappen worden ondernomen om, indien noodzakelijk, tot onteigening over te kunnen gaan.

Het object is getaxeerd en op basis daarvan is een berekening voor een schadeloosstelling gemaakt, waarbij is uitgegaan van de planologische mogelijkheden voor horeca. Op grond van de taxatie is een minnelijk bod berekend. Het minnelijk bod en de mogelijke onteigeningsschadevergoeding - indien er geen acceptatie komt - overschrijdt het beschikbare budget van €140.000 (het uitgangspunt was de aankoop van de parkeerplaatsen zonder schadevergoeding). Voor de aankoop zelf moet rekening worden gehouden met een bedrag van maximaal circa €550.000, inclusief bijkomende kosten. Het aankoopbedrag c.q. de schadevergoeding vormt een onderdeel van de vervaardigingskosten van de infrastructuur en kan derhalve worden geactiveerd. Het activeren van dit bedrag van €410.000 resulteert in een jaarlijkse kapitaallast ter grootte van €15.000.

Voorgesteld besluit:
18. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Project Middenweg’ de begroting 2019 en de meerjarenraming 2020 – 2022 structureel bij te stellen met -€15.000.

De parkeer(betaal)systemen in de parkeergarages en parkeerterreinen in het Stadshart naderen het einde van hun technische en functionele levensduur (betreft niet de straatautomaten). De huidige systemen kunnen niet worden uitgebreid met nieuwe klantvriendelijke betaalmethoden en kennen veel storingen (en dus extra kosten en inkomstenderving). Reserveonderdelen zijn steeds lastiger verkrijgbaar en op 1 april 2019 vervalt het certificaat op de bestaande verouderde pin-apparatuur waardoor die functionaliteit na die datum vervalt. Voor parkeerapparatuur is uitgegaan van een levensduur van 10 jaar; die voor enkele locaties al is overschreden waardoor de kapitaallasten al eerder zijn vrijgevallen in het gemeentelijke begrotingssaldo.

In het raadsprogramma is aangegeven dat, om een gelijk speelveld parkeren in het Stadshart te realiseren, parkeervoorzieningen achter de slagboom worden gebracht. In dit voorstel zijn daarom ook de kosten opgenomen in het achter de slagboom brengen van de ABC-locatie en het Agoradek. De realisatie van dat gelijke speelveld wordt in een separaat voorstel aan de raad voorgelegd. Daarin wordt tevens aangegeven hoe het BTW nadeel van het achter de slagboom brengen wordt gedekt.

Gelijktijdige aanbesteding en vervanging en uitbreiding van alle parkeersystemen (met uitzondering van de straatautomaten) levert naar verwachting een aanbestedingsvoordeel op, lagere beheers- /onderhoudskosten, en zorgt voor een gelijkwaardig hoog kwaliteitsniveau op alle locaties. De aan te schaffen parkeerapparatuur voorziet in de mogelijkheden om het gebruiksgemak van de parkeervoorzieningen te verhogen. De investering in deze installaties met een levensduur van 10 jaar wordt geraamd op €1.000.000. Voorgesteld wordt de bijbehorende kapitaallasten in de begroting te verwerken.

Voorgesteld besluit:
19. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Vervangingsinvesteringen parkeersystemen Stadshart’ de meerjarenraming 2020 – 2022 bij te stellen met -€110.000 in 2020, -€109.000 in 2021 en -€108.000 met ingang van 2022.

Het IHP 2018 – 2027 is ter besluitvorming aan de raad voorgelegd. In de besluitvormende raadsvergadering op 3 juli 2018 heeft de raad vervolgens een amendement op het collegevoorstel aangenomen. Het amendement voorzag in de uitbreiding van het Aurum in 2018, via het beschikbaar stellen van een krediet ter grootte van €5.136.329 en het in de begroting en meerjarenraming verwerken van de bijbehorende kapitaallast van gemiddeld €148.603 per jaar. Daarnaast is besloten de actualisatie van de overige exploitatie- en kapitaallasten uit het IHP 2018 – 2027 op te nemen in de programmabegroting. Cijfermatig is dit besluit vertaald in voorliggend voorstel.

Voorgesteld besluit:
20. Op basis van bovenstaand voorstel ‘IHP 2018 - 2027’ de begroting 2019 en de meerjarenraming 2020 – 2022 bij te stellen met €44.000 in 2019, €147.000 in 2020, €66.000 in 2021 en -€149.000 met ingang van 2022.

In januari 2005 heeft het college van de gemeente Lelystad ingestemd met toetreding tot het samenwerkingsverband Sociale Recherche Flevoland (B05.00015). Almere, Lelystad, Urk, Noordoostpolder en Zeewolde hebben hierbij afgesproken samen te werken op het gebied van opsporing van fraude binnen de sociale zekerheid. In die tijd was de strafrechtelijke aanpak primair de methode om fraude te bestrijden.

Gaandeweg is sinds 2005 via het concept Hoogwaardig Handhaven de bestuursrechtelijke aanpak gegroeid met een focus op zowel de bestrijding als het voorkomen van misbruik. Voor de bestuursrechtelijke handhaving heeft Lelystad inmiddels een volwaardig en zelfstandig team. De huidige constructie via de Sociale Recherche Flevoland voldoet dan ook niet meer aan de behoefte. Op 8 mei 2018 heeft het college daarom besloten de samenwerking met de Sociale Recherche Flevoland te beëindigen, wat maakt dat er een bedrag van €28.000 kan vrijvallen.

Voorgesteld besluit:
21. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Sociale Recherche Flevoland’ de begroting 2019 en de meerjarenraming 2020 – 2022 structureel bij te stellen met €28.000.