Bijlagen

Bijlage 1: Stand van zaken thematafels - Lelystad Next Level

1. Sociaal Sterk

Waar komen we vandaan?

Lelystad is een jonge stad. De pionierskracht en de demografische opbouw van veel mensen in hun werkzame leeftijd is in beginsel een sterke factor voor de ontwikkeling van de stad. Voor sommige inwoners heeft dit goed gewerkt. Echter voor een ander deel blijft het moeilijk om zonder hulp van de overheid te functioneren.

De stadsvernieuwingsprojecten in Amsterdam in de jaren ’70 hebben gezorgd voor een enorme trek van nieuwe inwoners naar Lelystad. Een aanzienlijk deel van deze groep huishoudens verkeerde in een sociaal zwakke positie en kampte met gezondheidsproblemen en andere problematieken (laag inkomen, schulden, werkloosheid etc.). Ondanks inspanningen van de gemeente is de positie van veel van deze mensen niet substantieel verbeterd en zijn ze afhankelijk gebleven van hulp en ondersteuning van de overheid.

Ondertussen heeft een groot deel van deze eerste inwoners de pensioengerechtigde leeftijd bereikt en zal in toenemende mate hulp en ondersteuning nodig gaan krijgen. Waar in Nederland de groep 80-plussers de komende 20 jaar met bijna 220 procent toeneemt is dat in Lelystad bijna 270 procent (van 2.100 naar 7.700 inwoners). De groep dementerende ouderen zal toenemen tot ongeveer 2.100. Voor deze groeiende groep 80+ ligt een enorme vraag voor aanpassingen van woon- en zorgvoorzieningen.

Tenslotte hebben algemene demografische trends een negatief effect op de positie van Lelystedelingen: ontgroening, stijging van de buitenlandse migratie, een positief binnenlands migratiesaldo en een sterke verandering van de huishoudsamenstelling naar meer (oudere) eenpersoonshuishoudens. Deze trends zorgt voor kwetsbaarheid van huishoudens en de ontwikkeling van de stad.

Wat zijn de kansen en problemen?

Lelystad scoort al een langere tijd slecht op een aantal sociale variabelen. In zijn algemeenheid geldt dat in Lelystad de factoren arbeid relatief zwak en de maatschappelijke participatie relatief laag (Telos, Sustainability Bond 2017 en Waar staat je gemeente.nl (dashboard lokale economie en dashboard wonen en leefklimaat). De voorraad arbeid wordt samengesteld aan de hand van 5 indicatoren: arbeidsongeschiktheid, benutting arbeidspotentieel, ontgroening & vergrijzing, werkgelegenheidsfunctie en werkloosheid. De voorraad maatschappelijke participatie wordt samengesteld aan de hand van 5 indicatoren: cohesie, vrijwilligers, opkomst gemeentelijke verkiezingen, opkomst nationale verkiezingen, informele zorg.) zijn. Enkele concrete cijfers:

  • Eind 2016 werd 9.190 keer een uitkering verstrekt: 1930 ww, 2880 bijstand en 4530 arbeidsongeschikt. Eind 2017 is dit iets afgenomen naar 8.850 keer: 1660 ww, 2800 bijstand en 4510 arbeidsongeschikt. Het aantal personen met een bijstandsuitkering per 1.000 inwoners van 18 jaar en ouder is 54 in Lelystad versus 42 gemiddeld in Nederland (bron: waarstaatjegemeente.nl). Een substantieel deel doet dus niet mee aan het arbeidsproces.
  • Dit aandeel wordt vermeerderd door mensen die geen uitkering hebben, niet werken en zich om allerlei redenen niet meer aanbieden op de arbeidsmarkt (bron: CBS Hoe groot is het onbenut arbeidspotentieel? 2017)
  • De werkloosheid in Lelystad is 6,5%, landelijk 4,9% (eind 2017). Er is tevens een mismatch tussen de behoefte van de arbeidsmarkt en de aanwezige arbeidskrachten (in techniek, zorg en onderwijs).
  • In 2017 is de bruto arbeidsparticipatie van zowel mannen als vrouwen relatief laag: Lelystadse mannen 72,6 % versus 74,8% landelijk en Lelystadse vrouwen 62,2% versus 65,3% landelijk (bron: statline.cbs.nl).
  • Het opleidingsniveau in Lelystad is relatief laag. Het aantal hoger opgeleiden onder 15 tot 75 jaar is in 2017 veel lager dan het landelijk gemiddelde: bijna 30% van de beroepsbevolking tegen bijna 37% landelijk (bron: waarstaatjegemeente.nl)
  • Andere sociale (vervolg)aspecten zoals armoede, schulden, medicijngebruik, psychiatrische problematiek laten ook een relatief moeilijke situatie zien in Lelystad. Dit staat meedoen aan het maatschappelijk leven in de brede zin ook ernstig in de weg.
  • Ook voor de toekomst zijn er zorgen. Door de situatie van de volwassenen heeft Lelystad een jeugdpopulatie met meer risicofactoren dan landelijk gemiddeld: er zijn meer eenouderhuishoudens (10% versus 7,2% landelijk), meer kinderen in huishoudens met kans op armoede (in 2013 was dit 18% versus 13% landelijk; het percentage in 2017 is licht gedaald tot 15,4%), in uitkeringsgezinnen (8,6% versus 6,6%). Ook zijn er onder Lelystadse jeugdigen meer voortijdig schoolverlaters (3,3% versus 2% landelijk), meer haltverwijzingen en jeugdige verdachten (13,3% versus 10,6% landelijk). Tenslotte groeien meer kinderen op in multi probleemgezinnen (0,57% versus 0,34% landelijk) en zijn er meer kinderen met zwaardere jeugdhulp. Het is belangrijk dat deze cyclus doorbroken wordt. (Daan Heineke (Nederlands Jeugdinstituut), Zicht op jeugdigen in jeugdhulp in Lelystad, )oktober 2017.

Aanwezige kansen:

  • Vanaf 2015 is er volop gewerkt aan de decentralisaties van de Wmo, de Jeugdwet en de Participatiewet. Vernieuwende beleidsontwikkelingen zijn de inzet op vergroten van zelfredzaamheid, wijkgerichte aanpak, maatwerk en meer mandaat voor professionals. De decentralisaties zijn goed verlopen, de continuïteit van de zorg is niet in gevaar gekomen, de ondersteuning is op onderdelen vernieuwd en effectiever geregeld en er is een positieve evaluatie van de dienstverlening. Nu de basis stabiel is, is er ruimte voor een meer integrale benadering en verdere transitie op onderdelen.
  • Hoewel een grote groep inwoners en huishoudens in Lelystad in een moeilijke situatie zit, geven diverse – nationale en internationale - onderzoeken (bijvoorbeeld die van de WRR over Doe- en denkvermogen) aanknopingspunten voor nieuwe benaderingen voor het oplossen van problemen en empowerment van mensen. Verdieping en experiment van deze aanpakken kan bijdragen aan doorbraken.
  • Hoewel het aandeel laagopgeleiden relatief hoog is in Lelystad, hoeft dit niet een probleem te zijn. Ook voor allerlei banen met een lager opleidingsniveau zijn mensen nodig (horeca, toerisme, persoonlijke dienstverlening, ambachten etc.). Wel belangrijk is dat er een goede aansluiting is tussen vraag en aanbod. Ook andere vaardigheden en arbeidsethos zijn wel van belang. Ook moet er oog zijn voor problemen waarmee inwoners met een laag opleidingsniveau vaker te kampen hebben.
  • Er is veel onbenut arbeidspotentieel. Een deel hiervan is ontstaan door ontmoediging op de arbeidsmarkt en/of bijzondere aanstellingswensen. Zij hebben zich na jaren veelal neergelegd bij de situatie van niet werken en veelal laag inkomen. Wanneer deze groep wakker gemaakt wordt en daadwerkelijk door kan stromen, kan dit een positief effect hebben op het onbenut arbeidspotentieel.
  • Het percentage arbeidsongeschiktheid in Lelystad is relatief hoog. De laatste jaren is er een positieve ontwikkeling gaande met het Lelystad Akkoord om meer mensen met zorg en ondersteuning weer richting het arbeidsproces en/of dagbesteding te krijgen. Dit zorgt ook voor een andere manier van kijken en omgaan met mensen die deels arbeidsongeschiktheid zijn. Daarbij is de ontwikkeling van de Social Firm mogelijk een effectief vehikel om mensen sneller in het arbeidsproces terug te krijgen.

 

Wat is de opgave?

De grootste uitdaging voor Lelystad is hoe we het maximale uit de Lelystedelingen van nu halen en hoe we ze weerbaarder en draagkrachtiger voor de toekomst krijgen zodat meer mensen de regie over hun eigen leven kunnen nemen en niet langer blijven vast zitten in een kwetsbare, afhankelijke positie van de overheid. Het gaat dan in de eerste plaats om arbeidsfitheid, maar in algemene zin om gelukkige mensen die weerbaar zijn. Doorbreken van overerving door verrijken van het leven door sport, cultuur en sociale netwerken die de context van de thuissituatie overschrijden. Hun positie moet zodanig worden dat Lelystad over 20 jaar op sociaal gebied meer een gemiddelde gemeente is en bovenal een veerkrachtiger gemeente.

Dat vraagt om een aanpak die niet uitgaat van hoe het systeem werkt, maar wat mensen nodig hebben om het beste uit zichzelf te halen, om hun doevermogen te vergroten. Beoogde maatschappelijke effecten:

I. Mensen zijn financieel weerbaar en schulden vrij

II. Elke Lelystedeling heeft een dagbesteding die voldoening heeft en waardering geeft (ongeacht of dit een betaalde baan is of niet)

III. Iedere Lelystedeling heeft een warm en rijk wederkerig netwerk aan mensen

IV. Kennis en 21 eeuwse (sociale) vaardigheden worden aangeboden op plekken waar dat nodig is, op momenten die nodig zijn (niet enkel aanbod vanuit onderwijs instituut vanuit een standaard mal. Maar juiste toerusting, op de juiste plek, moment en door juiste persoon.

Een bijzonder element hierin is dat er een veilige basis moet zijn voor iedereen, te beginnen bij kinderen: veilig opgroeien en opvoeden. Wanneer die waarborg er niet is, wordt begonnen met een achterstand die moeilijk te overbruggen is.

Verdieping in de komende maanden:

  1. Systemen doorgronden op wat mensen ziek maakt en denkvermogen beperkt en deze omzetten in effectieve kracht.
    De eerste analyses van de deeltafel hebben zich gefocussed op de belemmeringen van mensen om weer actief mee te doen. Het zijn vooral de lage inkomens en schulden die het denk- en doevermogen van mensen beperkt (en andersom). De aanpak van schulden heeft hierbij prioriteit.
  2.  Nieuwe aanpak en nieuwe partijen koppelen aan gezond en actief maken van mensen.
    De hulp en ondersteuning van gezinnen met diverse problematieken is verdeeld en gemarginaliseerd, waardoor het ze niet lukt uit de situatie te komen en is het een way of living. Integrale intensieve aanpakken van de top 100 moeten de cyclus doorbreken. Nabijheid, verbondenheid en zekerheid zijn hierbij kernbegrippen.
    Van oudsher zijn het de gemeenten die bezig zijn met de participatie van mensen, maar ook andere partijen (zorgverzekeraars, bedrijfsleven) hebben belang bij het gezond en actief maken van mensen. Mogelijkheden verkennen naar samenwerkingsvormen om tot doorbraken te komen (bv. social impact bonds), met wijkaanpakken. Of van de vergrijzing een deugd te maken. Iedereen kan een ander helpen. Maak dat aantrekkelijk met nieuwe arrangementen, regelarm. Wat is de kracht van Lelystedelingen?
  3. Werkwijzen om systemen opnieuw te waarderen cq. te belonen EN perspectief te ontwikkelen (drijfveren)
    De samenleving is gewend te beoordelen op (dis)functioneren. De wijze waarop het systeem de inzet van mensen waardeert en beloont heeft niet altijd het gewenste effect om het potentieel van mensen optimaal te benutten. Inzicht en ontwikkeling van de drijfveren van mensen integreren.
  4.  Aanpak ongezonde leefstijlen vanuit positieve gezondheid en deze belonen.
    Aansluiten bij de visie van Machteld Huber om gezondheid niet langer te zien als de af- en aanwezigheid van ziekte, maar als het vermogen van mensen om met de fysieke, emotionele en sociale levensuitdagingen om te gaan en zoveel mogelijk eigen regie te voeren. Voor gezonde leefstijl zijn kennis en vaardigheden nodig. Onderzoeken hoe effectief belonen is van gezond "doen".
  5. Effectieve inzet ervaringsdeskundigen. Wat is hun verhaal/hefboom?
    Goed voorbeeld doet goed volgen, slecht voorbeeld ook. Als overerving doorbroken kan worden, wordt een grote stap gemaakt. Ervaringsdeskundigen en andere voorbeelden en steunpilaren kunnen een positieve rol spelen hierbij. Uitwerken van werkwijzen hoe dit, ook in samenwerking met het onderwijs, effectief in te zetten. Ervaringsdeskundigen verdienen hierbij ook gepaste waardering.
  6.  Inspiratie voor jeugd en jongeren om het maximale uit jezelf te willen halen.
    In Amerika is the American dream lange tijd een sterke motivatie geweest voor mensen om regie in eigen handen te nemen en zich in te zetten voor een goed perspectief. De essentie van deze slogan blijft relevant ook voor Lelystadse jongeren. Lelykracht is hier een voorbeeld van, maar dit zou nog breder opgepakt kunnen worden ook in relatie tot het bedrijfsleven en het toekomstperspectief van jongeren in Lelystad. Het versterken van professionele netwerken hoort hier ook bij.

De opgaven binnen deze deeltafel staan niet op zichzelf en kunnen niet zonder de inzet van de overige deeltafels. Zo zal vanuit de deeltafel Onderscheidend onderwijs de kwaliteit en de scope van het onderwijs een positieve bijdrage kunnen hebben op de ontwikkeling van de bevolking. Het gaat hierbij om een goede aansluiting met de arbeidsmarkt, inzicht in arbeidsperspectief, sociale vaardigheden die de huidige arbeidsmarkt van mensen vraagt en de mogelijkheden om een leven lang te leren. Ook zal er meer aansluiting tot stand gebracht moeten worden tussen aanbod van mensen en vraag van het bedrijfsleven in Lelystad. Het veranderen van het imago cq. mentaliteit van Lelystadse werknemers is een gezamenlijk opgave met de tafel Economie next level om er een mooie ondernemende stad van te maken.

2. Onderscheidend Onderwijs

Waar komen we vandaan?

Binnen het onderwijsveld in Lelystad is een gedeeld bewustzijn dat de opgave waar deze stad voor staat erg groot is. Lelystad heeft een relatief kwetsbare bevolking. Dit betekent dat de scholen over de volle breedte te maken hebben met veel sociale grootstedelijke problematiek in en rond de school. De onderwijsinspectie spreekt ook haar zorg uit over de staat van het onderwijs zelf in de stad, met name in het basisonderwijs. Het opleidingsniveau is de stad is relatief laag alsook de arbeidsparticipatie. Daarnaast is ook de betrokkenheid van ouders soms erg beperkt.

Wat zijn de kansen en problemen?

De uitdaging van Lelystad wordt duidelijk uit onderstaande opsomming:

  • Er volgen significant meer dan gemiddeld kinderen speciaal voortgezet - onderwijs en praktijkonderwijs. Landelijk zit in 2017 93% van de jongeren in het reguliere voortgezet onderwijs. In Lelystad is dat 87,6 %.
  • Van de 37 basisscholen scoren er bij de onderwijsinspectie (Landelijk zat in het schooljaar 2017-2018 18 % van de leerling VO op het VWO (3-6e jaar), in Lelystad 12 %, Havo resp. 17 en 12 % , Als we de ontwikkeling van het aantal Lelystedelingen over een langere tijd bekijken zien we een gestage groei in het aantal studenten HBO van 36 % De ontwikkeling van het aantal WO studenten uit Lelystad laat een meer op en neergaande lijn zien. Uiteindelijk is er in de periode 2001 tot 20/17 een beperkte stijging van 20 % Wat het HBO betreft is de stijging beperkt achter op de landelijke trend van 41 %. De kloof wat het WO betreft is veel groter. Hier was de landelijke ontwikkeling 71 %. (bron statline)) onvoldoende/zwak en 1 zeer zwak, één Vo afdeling staat onvoldoende.
  • In de voor- en vroegschoolse educatie zien we dat er uitstekende resultaten worden geboekt in de voorschool, maar dat het effect in de eerste groepen van het basisonderwijs weg lekt.
  • In Lelystad is het aantal leerlingen dat VMBO BK volgt aanzienlijk hoger dan het landelijk gemiddelde en het aantal HAVO VWO leerlingenaanzienlijk lager alsook de deelname aan HBO en WO6. Het aandeel hoger opgeleiden onder 15 tot 75 jarige in Lelystad is laag en met name de groei in het aantal hoger opgeleiden in de periode 2003 tot 2017 steekt af tegen het landelijk gemiddelde en de G4 (CBS, Groeiers buiten de Randstad 2018, d.d. maart 2018).
  • Er is een mismatch tussen de behoefte van de arbeidsmarkt en de aanwezige arbeidskrachten: er zijn tekorten in techniek, zorg en onderwijs ontstaan.
  • Een landelijk vraagstuk dat zeker ook in heftige mate voor Lelystad geldt is het tekort aan docenten basis en voortgezet onderwijs. Het lerarentekort begint nijpend te worden in het basisonderwijs. Het is moeilijk om goed gekwalificeerde leerkrachten aan het basisonderwijs aan de stad te binden.

Maar anderzijds zijn er ook positieve ontwikkelingen in Lelystad:

  • Lelystad en Almere behoren tot de snelst groeiende regionale economieën van Nederland (CBS, Groeiers buiten de Randstad 2018, d.d. maart 2018). De vooruitzichten voor nieuwe werkgelegenheid zijn uitstekend te noemen.
  • De drie grote VO scholen zitten in een transitieproces inclusief een omvangrijke nieuwbouwopgave. De nieuwe school gaat bestaan uit een HAVO-VWO cluster en een VMBO cluster met een doorgaande leerlijn naar het MBO. Het inhoudelijk programmeren en ontwikkelen van deze nieuwe onderwijsconcepten is een uitdagende opgave waaraan invulling gegeven wordt. De SVOL kent een toonaangevend Technasium en een Vakcollege (90 ll) dat door de bedrijfskring is geadopteerd.
  • Door middel van het "Lelystad Akkoord" zijn bedrijven, onderwijsinstellingen, gemeente en gemeentelijk werkbedrijf verbonden aan elkaar om de inclusieve arbeidsmarkt vorm te geven.
  • De publiek private samenwerking in het onderwijs heeft vooral inhoud gekregen in het MBO. Het MBO College Lelystad is trekker van de RIF "Lely talent" en maakt onderdeel uit van de RIF Techpack Flevoland. Een RIF circulaire regionale economie en een RIF Aviation is in ontwikkeling.
  • De in MRA verband ontwikkelde publiek private samenwerkingen zijn mede door de bestuurlijke samenwerking tussen het ROC van Flevoland en het ROC van Amsterdam toegankelijk voor het onderwijsveld in Lelystad. Vermeldingswaardig hierbij is de ontwikkeling van het samenwerkings-college Amsterdam Lelystad Airport, het house of logistics, house of hospitality en house of skills.
  • De schoolbesturen van het PO in de stad hebben zich samen met de provincie, Windesheim Flevoland en de gemeente verbonden aan een convenant onderzoekend en ontwerpend leren om dit breed in het onderwijs te introduceren. Met een verbinding aan de basisvaardigheden taal en rekenen kan dit het fundament van het basisonderwijs innovatief versterken.

Wat is de opgave?

De opgave in Lelystad is zoveel mogelijk jongeren de kans te bieden hun talenten maximaal te ontplooien. De relatief grote inspanning die in het verleden op de kwetsbare jongeren is geweest heeft resultaten geboekt, echter lijkt dit ten koste te zijn gegaan van contentrijk onderwijs voor de brede populatie, waardoor de stad wellicht achterblijft bij de landelijke trend naar meer hoger opgeleiden. Dit gaat ook ten koste van de innovatiekracht en aantrekkelijkheid als vestigingsfactor. Daarnaast stromen ook nog altijd te weinig jongeren door naar een MBO3 of MBO4 opleiding, terwijl er tekort is aan een goed gekwalificeerde beroepsbevolking.

Betrokkenen hebben in de laatste jaren niet stil gezeten, er is wel degelijk ingezet op het ontplooien van talenten door een goede schoolloopbaan en toeleiding naar arbeid. Toch heeft Lelystad nog steeds een enorme uitdaging. Doordat er zoveel factoren in dit systeem zijn is niet te achterhalen waardoor het gewenste resultaat niet bereikt is. Voor een wezenlijke verandering is het nodig dat alle betrokkenen in dit systeem kritisch zijn op het functioneren ervan en in gezamenlijkheid en met gebruik van kennis en ervaring van buiten Lelystad werken aan een oplossing.

Een historische verandering, een "systeembreuk" is nodig om kwaliteit van het onderwijs te vergroten en de mogelijkheden te verbeteren dat leerlingen zich verbreden en met meer succes de onderwijsketen in Lelystad doorlopen. Dat is een veelomvattend vraagstuk dat niet alleen veronderstelt dat er bij elk van de afzonderlijke onderwijsonderdelen tenminste een algemeen erkend basisniveau van kwaliteit wordt gerealiseerd, ook is het noodzakelijk dat aanzienlijk meer leerlingen een hoger ontwikkelingspeil bereiken. Daarvoor is het nodig meer samenhang te brengen tussen alle onderdelen van de onderwijsketen, zodat leerlingen soepel kunnen doorstromen.

Goed onderwijs staat of valt vervolgens bij kwalitatief goede en gemotiveerde docenten die werken in professioneel werkende teams in scholen. Docenten kunnen hun werk alleen goed uitvoeren als zij de capaciteiten van hun leerlingen kennen en hen daarop kunnen aanspreken zodat ze hun persoonlijke ontwikkeling volledig kunnen stimuleren.

Toerusting en innovatie zijn de sleutelbegrippen om een toekomstbestendige onderwijsinfrastructuur in de stad die we in deze verkenning willen gebruiken. Onderwijs leert mensen zich te ontwikkelen: de juiste keuzes te maken, het heft in eigen hand te nemen en zichzelf te ontplooien. Het onderwijs is ook een plek waar mensen leren samenleven en leren vanuit de ontmoeting met anderen. Het onderwijs kent een brede opdracht: kwalificatie, socialisatie en vorming. Het fundament wordt gelegd in kwalitatief goed onderwijs in voor- en basisschool. Alleen wanneer de basis op orde is, is er ruimte voor innovatie.

Om leerlingen optimaal te kunnen begeleiden is een op de leerling afgestemd leerproces wellicht wenselijk. Het personaliseren van leertrajecten kan leerlingen helpen en motiveren. Gemotiveerde leerlingen presteren beter.

De tafel Onderscheidend Onderwijs staat niet op zichzelf. Vanuit het perspectief van de kwetsbare bevolking zal naar een gezamenlijke agenda met de tafel "Lelystad sociaal Sterk" (jeugdzorg en passend onderwijs) toe worden gewerkt. Voor de innovatiekracht en de publiek private samenwerking met het bedrijfsleven zal verbinding met de (LNL) tafels economie en toerisme en recreatie worden gezocht.

3. Uitstekende woonmilieus

Waar komen we vandaan?

Lelystad kent diverse kwetsbare wijken uit de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw. Dit heeft zijn oorsprong in de ontstaansgeschiedenis van Lelystad. In de aanvangsjaren zijn in een korte bouwperiode veel relatief eentonige wijken gebouwd. Deze wijken bestaan uit overwegend (van oorsprong) sociale huurwoningen. Aan het uiterlijk van de nieuwe stad is vooral licht en ruim, functionaliteit staat voorop. ‘Lelystad is om in te wonen, niet om naar te kijken’ is in die tijd het credo. Lelystad moet in de plannen van de Rijksdienst het centrum van de Flevopolders worden en rond het jaar 2000 ongeveer 100.000 inwoners tellen. Vanaf het begin is rekening gehouden met deze schaal en de openbare ruimte en aanvankelijk ook het voorzieningenniveau zijn hier op ingericht.

In het begin van Lelystad wordt Lelystad vooral bewoond door mensen uit het oosten en noorden van het land, maar begin jaren 70 verandert dit. Lelystad wordt overloopgebied van Amsterdam. Door sanering van oude Amsterdamse stadswijken zijn daar hele straten en buurten tegen de vlakte gegaan. De bewoners moeten maar elders gaan wonen. In het stadhuis van Amsterdam wordt een speciaal ‘Lelystad’ loket geopend waar mensen zich kunnen inschrijven voor een woning in Lelystad. Het gevolg is dat tienduizenden Amsterdammers naar Lelystad komen. Niet al deze mensen zijn een aanwinst voor de stad. De inwoners uit de gesaneerde Amsterdamse wijken behoren veelal tot de lagere sociaal-economische klassen met een laag inkomen. En omdat velen nog in Amsterdam werken en daar hun sociale netwerk hebben hechten zij zich veel minder aan hun nieuwe woonplaats.

Begin jaren 80 is er een economische crisis en raken velen werkloos. Werk in Lelystad of directe omgeving is er niet en de bereikbaarheid van werk op het oude land is slecht. De aanleg van het spoor en de snelweg worden steeds uitgesteld. In 1983 is de werkloosheid opgelopen tot 14%.

Hoewel inmiddels ook de bouw van Almere is gestart en velen door de kortere nabijheid vanaf Amsterdam aan een verhuizing naar Almere de voorkeur geven, gaat de bouwproductie in Lelystad door de Rijksdienst nog gewoon door: vele honderden huizen, voornamelijk huurwoningen.

Het gevolg? Er ontstaat veel leegstand – meer dan 10% van het corporatiebezit – en omdat woningzoekenden niet geweigerd mogen worden, trekt Lelystad in die jaren veel probleemgevallen aan. Later, in de jaren 90, zijn, door financiële problemen van de corporaties, veel huurwoningen tegen bodemprijzen verkocht aan de zittende huurders. Omdat dit veelal kwetsbare huishoudens betreft, is hun investeringscapaciteit laag. De woningen worden in een aantal situaties slecht onderhouden.

Nu, zo’n 30 tot 40 jaar later, zijn de gevolgen van in een aantal wijken nog steeds aanwezig en zichtbaar. In fysieke zin en ook sociaal-economisch blijven de wijken kwetsbaar. In de oudere wijken is de leefbaarheid vaak onder de maat, zoals ook duidelijk wordt aan de hand van onderstaand kaartje:

Deze omvangrijke problematiek vertaalt zich in relatief lage vastgoedwaarden vergeleken met gemeente in de omliggende regio en zeker in vergelijking met gemeenten binnen de Metropoolregio Amsterdam.

 

Wat zijn de kansen en problemen?

De sociaaleconomische samenstelling van relatief veel ouderen wijken van Lelystad en de kwaliteit van het vastgoed in die wijken is een probleem:

  • De inwoners van de wijken die zwak of onvoldoende scoren op leefbaarheid zijn onvoldoende in staat om op eigen kracht het tij te keren. Zij hebben vaak te weinig middelen voor onderhoud en vernieuwing en kampen vaker dan gemiddeld met sociale problematiek. Als er niet wordt geïnvesteerd in deze wijken, dan zullen deze wijken in een neerwaartse spiraal terecht komen. Dit is zeer onwenselijk voor deze kwetsbare wijken en haar inwoners.
  • Dat geldt echter ook voor Lelystad als geheel. Deze wijken hebben een negatieve invloed op de uitstraling van Lelystad en daarmee op haar imago. Voor nieuwkomers op de woningmarkt is niet alleen de woning maar zeker ook de stad als geheel van belang. Een potentiële vestiger kijkt naar de woonomgeving, de uitstraling van de stad als geheel en het voorzieningenaanbod. Op dit moment is Lelystad nog weinig aantrekkelijk en te weinig onderscheidend in positieve zin om op grote schaal vestigers in het midden- en hogere segment op de woningmarkt aan te trekken. Als gevolg van de druk op de woningmarkt in de MRA bestaat zelfs het risico dat er sprake is van stevige uitsorteringseffecten waarbij met name inwoners met in verhouding vaker een sociale problematiek naar Lelystad trekken.

De druk op de woningmarkt in de MRA biedt zeker ook kansen:

  • Uitsortering kan ook als gevolg hebben dat middeninkomens of starters (HBO of WO-afgestudeerden) met een startsalaris wel een woning in Lelystad kunnen kopen terwijl dat in de rest van de MRA nauwelijks meer gaat. Deze starters groeien nog in salaris en leveren een welkome bijdrage aan het meer in balans brengen van de sociaal-maatschappelijke samenstelling van de bevolking. Het is dan wel van groot belang deze groep na vestiging voor Lelystad te behouden. Deze groep aantrekken omdat zij elders minder mogelijkheden hebben, kan positief werken. Echter, raakt deze groep teleurgesteld en hebben zij na een aantal jaren werkervaring meer geld te besteden en dus meer keuze op de woningmarkt, dan is de kans groot dat zij weer vertrekken.
  • De dubbele vergrijzing die op ons af komt, kan zowel als een probleem maar ook als een kans worden gezien. Wij zien dit als kans. Het levensloopbestendig maken van woningen is een manier om de woningvoorraad te verduurzamen, op te knappen en toekomst bestendig te maken. De vergrijzing zorgt er daarnaast ook voor dat de vraag naar woningen verandert. Er kunnen nieuwe, levensloopbestendige woningen worden gebouwd en oudere woningen worden gesloopt.
  • Daarnaast zijn de energietransitie en de overgang naar gasloos wonen in het algemeen een kans om de particuliere voorraad te verbeteren. En een kans om in gesprek te komen met de inwoners in de buurt en op basis daarvan ook op sociaal terrein de leefbaarheid te vergroten.

Wat is de opgave?

Op het gebied van woonmilieus is de voornaamste uitdaging voor Lelystad om een transformatie te ondergaan van een stad met relatief veel kwetsbare woonmilieus naar een stevige stad waar meer balans zit tussen en binnen wijken. Om die stevige stad te kunnen worden begint het misschien wel meer in balans brengen van de sociaal-economische samenstelling van de bevolking. Het versterken van de sociaal-economische structuur is slechts gedeeltelijk met woonbeleid te beïnvloeden. Als gemeente kunnen wij ruimte bieden voor middeldure en dure koopwoningen, maar wij bouwen zelf geen woningen. En de woningen worden pas daadwerkelijk gebouwd als er vraag is. En deze vraag wordt weer beïnvloed door tal van zaken die voor potentiele vestigers van groot belang zijn. Is de beoogde vestigingsplaats aantrekkelijk genoeg?

Die aantrekkelijkheid zit in veel factoren: aantrekkelijk woningaanbod in een aantrekkelijke woonomgeving, werkgelegenheid lokaal of regionaal, bereikbaarheid, aantrekkelijk winkel – en voorzieningenniveau, goede onderwijsfaciliteiten, uitstraling van de stad als geheel, aantrekkelijke sport- en recreatiemogelijkheden en het gevoel met ‘gelijkgestemden’ te kunnen gaan wonen. Maar ook andere minder of niet door gemeentelijk (woon)beleid te beïnvloeden zaken spelen een rol zoals: huizenprijzen in de stad zelf en nabijheid van familie en vrienden. Het is belangrijk daarbij niet uit het oog te verliezen dat al deze zaken van belang blijven, ook om huishoudens te behouden voor de stad.

Om de sociaal-economische samenstelling van de kwetsbare wijken te veranderen is meer nodig. Investeringen in de mensen die er nu wonen, met name de jeugd en herstructurering door sloop-nieuwbouw bieden kansen. Ook hier zit een bepaalde volgordelijkheid in. Om iets kwalitatief beters te kunnen terugbouwen in een kwetsbare wijk, moet de rest van de wijk zodanig op orde zijn dat de markt dit ook aan kan en dit voor de gewenste vestigers aantrekkelijk genoeg is. Begin daarom de sociale kaart op te stellen, en kijk wie er binnen de wijk andere woonwensen heeft: ouderen bijvoorbeeld of stijgers op de woningmarkt. Zij kunnen de transformatie op gang brengen.

Lelystad wordt een stad, als onderdeel van groot Amsterdam, waar het aantrekkelijk wonen is voor huishoudens met een midden- en hoger inkomen. Een stad die sterk genoeg is om zichzelf te kunnen redden, ook met economische tegenwind. Die aantrekkelijkheid uit zich in aantrekkelijke woningen met een goede prijs-kwaliteitverhouding in een onderscheidende, aantrekkelijke woonomgeving, een goede balans in de bevolkingssamenstelling zowel sociaal-economisch als demografisch, een goed functionerend voorzieningenniveau, een aantrekkelijk Stadshart, goed onderwijs, een goede zorgsector, trotse inwoners, een positief imago, veiligheid, aantrekkelijk openbaar groen, goede bereikbaarheid en voldoende en kwalitatief goede werkgelegenheid. Het zal duidelijk zijn: dit kan niet alleen met woonbeleid worden bereikt.

Wij zien vanuit aantrekkelijk woonmilieu de volgende opgaven:

  1. We bieden een aantrekkelijk sub-urbaan woonmilieu (deels op het water) met aantrekkelijke grondprijzen voor de middenklasse. We richten ons daarbij op vestigers (uit de Randstad Metropool) en op het behouden de middenklasse die al in Lelystad woont.
  2. We grijpen (soms fors) in in de bestaande stad (maximaal zoals transformatie van Schouw naar Hanzepark). Idee: soms kan terugkopen van particulier woningbezit, ruimtelijke kansen bieden om nieuwe structuren te creëren. En soms zitten mensen financieel klem in hun koopwoning en is een renovatie door de eigenaar misschien wel een noodzakelijke, maar geen haalbare optie.
  3. We benutten de energietransitie om koploper te worden van Nederland en daarmee onze aantrekkelijkheid als woonmilieu te vergroten.
  4. We benutten de dubbele vergrijzing als kans om aantrekkelijk woonmilieu voor ouderen te creëren. Bijvoorbeeld door in wijken woonclusters met enige ondersteuning voor bewoners te realiseren.

4. Next Level Economie

Waar komen we vandaan?

Het profiel van Lelystad – en de regio als geheel – biedt een fantastisch potentieel: er is volop ruimte en de ligging is centraal. In de laatste 10 -15 jaar maakt de stad een economische kanteling door van een traditionele provinciehoofdstad naar een economisch gespecialiseerde stad. Het besef dat ‘het kan’ in Lelystad begint langzaamaan door te dringen. Op de korte termijn komen er enkele duizenden nieuwe arbeidsplaatsen bij in Lelystad. De Airport is onmiskenbaar een grote aanjager van deze banengroei en zal in breder verband ervoor zorgen dat Lelystad op een positieve(re) manier op de kaart komt te staan. Doorpakken op dit kantelpunt is noodzakelijk wil Lelystad toe kunnen groeien naar een volwassen stad.

De beroepsbevolking in Lelystad is relatief laagopgeleid en het onbenutte arbeidspotentieel is relatief gezien groot te noemen. De bestaande sectorenstructuur van Lelystad is relatief kwetsbaar, omdat het in hoge mate afhankelijk is van externe ontwikkelingen en de conjunctuur (niet-commerciële dienstverlening, vervoer, opslag, groothandel, logistiek, toerisme en recreatie). Dit zijn factoren waar rekening mee gehouden moet worden bij de toekomstige doorontwikkeling van de economische positie van de stad.

Waar richting de langere termijn ook rekening mee gehouden moet worden is de bevolkingssamenstelling van Lelystad. Tot 2040 zal het aantal 80-plussers fors stijgen, waarbij er sprake is van een dubbele vergrijzing. De komende jaren zal het huidige geboorteoverschot omslaan in een sterfteoverschot, wat inhoudt dat Lelystad voor de verdere groei van de stad afhankelijk wordt van binnenlandse migratie. Voor de groei van de stad is het noodzakelijk dat het licht negatieve ‘binnenlandse migratiesaldo’ van de afgelopen jaren omslaat; Lelystad moet zich ontwikkelen tot een aantrekkelijke alternatief als woonplaats voor nieuwe inwoners uit de rest van Nederland. Een economisch florerende stad en regio is daarbij belangrijk, net zoals de aanwezigheid van onderscheidend onderwijs of uitstekende woonmilieus dat is.

Deze context is een gegeven en versterkt het urgentiebesef om door te pakken, want de kansen die liggen er. Binnen de Metropoolregio Amsterdam vormt Lelystad de schakel tussen het westen en noordoosten van het land. De werklocaties Lelystad Airport Businesspark en Flevokust zijn uitstekend, evenals de op consumenten uit de wijde omgeving gerichte leisure, zoals Batavia Stad Fashion Outlet.

Wat zijn de kansen en problemen?

In economisch opzicht lijkt dit het moment voor Lelystad om de aanwezige kansen te gaan verzilveren:

  • Met de komst van Inditex lijkt Lelystad definitief op de kaart te staan als logistieke hotspot. Voor goederengerichte activiteiten vormen de bedrijventerreinen in de buitengebieden van Lelystad een van de belangrijkste ontwikkelingslocaties in de nationale economische kernzone tussen Amsterdam, Utrecht, Apeldoorn en Zwolle (Tordoir, 2018, p.17).
  • De uitgifte van bedrijventerreinen in Lelystad beleefde de afgelopen periode een hoogterecord. Het uitschuifproces, dat onder invloed van de Amsterdamse woningbouwopgave op gang komt, biedt mogelijk extra kansen.
  • De komende jaren zullen er enkele duizenden banen bijkomen door de komst van Inditex, het reparatiestation van de NS en natuurlijk de opening van Lelystad Airport en de daarmee samenhangende bedrijvigheid. Deze ontwikkelingen zorgen voor aantrekkingskracht en een positieve flow.
  • De ontwikkeling van Lelystad Airport zorgt ervoor dat de weginfrastructuur geschikt gemaakt moet worden voor het vervoeren van grote passagiersstromen- van en naar de luchthaven. Deze aanpassingen zijn niet alleen gunstig voor de gebruikers van de luchthaven; zo is een verbreding van de A6 tussen Lelystad en Almere en hoogfrequenter openbaar vervoer gunstig voor meer doelgroepen. Daarnaast kunnen arrangementen op het gebied van toerisme, waarvoor men in beginsel voor Amsterdam komt, al beginnen in Lelystad.
  • Er zijn goede ontwikkelmogelijkheden voor Lelystad Kust. Naast een aanvulling op de logistieke propositie van Lelystad biedt de werklocatie Flevokust Haven ook kansen voor de circulaire economie. De haventerminal en de omliggende buitengebieden van Lelystad vormen een ideale knoop voor circulaire productie- en distributieprocessen op regionale-, nationale- en internationale schaal. De potenties van deze locatie zijn nog niet volledig in kaart gebracht op dit terrein.
  • De komende vergrijzing zal een positief effect hebben op verschillende onderdelen van de zorgeconomie in Lelystad. Te denken valt onder andere aan extra banen in de wijkverpleging en binnen de ziekenhuis- en verpleeghuiszorg.

Het is tegelijkertijd noodzakelijk om de bedreigingen, die het verzilveren van dit type kansen in de weg staan, zo veel als mogelijk te mitigeren:

  • De economie van Lelystad is sterk afhankelijk van banen in de publieke sector. Zo’n 40% van de werkgelegenheid wordt gevormd door banen bij de overheid of de gezondheidszorg. Daarnaast lijkt de zakelijke dienstverlening in toenemende mate Lelystad de rug toe te keren, met als gevolg een oplopende kantorenleegstand. Ondanks de jeugdige leeftijd van de stad is er een omvangrijke transformatieopgave aan het ontstaan.
  • Werkzoekende Lelystedelingen weten onvoldoende mee te profiteren van de economische opleving van de stad. Het onbenutte arbeidspotentieel in Lelystad is veel omvangrijker dan in andere gemeenten in Flevoland. Zeker 23% van de beroepsbevolking in Lelystad doet niet mee in economische zin en ontvangt een WW- uitkering, bijstandsuitkering of arbeidsongeschiktheidsuitkering (CBS statline).
  • De explosieve banengroei in de aankomende jaren biedt weliswaar kansen om bijvoorbeeld het onbenutte arbeidspotentieel positief te beïnvloeden, maar kan tegelijkertijd belemmerend werken. Bedrijven die overwegen zich te vestigen in Lelystad worden afgeschrikt door de krapte op de arbeidsmarkt. Zonder de inzet van arbeidsmigratie is deze groei mogelijk niet op te vangen. Dit zijn zaken waar een oplossing voor gevonden moet worden, evenals het creëren van (tijdelijke) huisvesting voor deze groep.
  • In Lelystad is onvoldoende (durf)kapitaal beschikbaar, wat maakt dat de endogene groei van de economie achterblijft.

Wat is de opgave?

Op de korte termijn zal Lelystad mee moeten liften met de economische hoogconjunctuur, bijvoorbeeld door het aantrekken van logistieke bedrijvigheid. Tegelijkertijd zal er ingespeeld moeten worden op de toekomstige economische behoefte. De opgave van de deeltafel ‘Next Level Economie’ ligt primair bij het beantwoorden van de vraag hoe Lelystad de aanwezige kansen kan verzilveren, nu en in de toekomst.

Uiteraard is de toekomst met onzekerheden omgeven en de toekomst van Lelystad in het bijzonder. Ontwikkelingen als de Airport spelen een grote rol, waarmee het imago van Lelystad als aantrekkelijke woonstad in de toekomst opgevijzeld zal worden. In hoeverre dit daadwerkelijk terug te zien zal zijn in de ontwikkeling van het migratiesaldo is lastig te bepalen, want er spelen meer factoren een rol. Om naar Lelystad toe te verhuizen moet het complete plaatje aantrekkelijk genoeg zijn: naast voldoende werkgelegenheid moet er ook sprake zijn van aantrekkelijke woonmilieus, een goed voorzieningenniveau, kwalitatief goed onderwijs en dergelijke.

Een belangrijke factor is de veranderende arbeidsmarkt. Aan de ene kant zullen diverse banen weg geautomatiseerd worden, terwijl technologische ontwikkelingen op zichzelf ook weer voor nieuwe werkgelegenheid. Welke vormen van economische bedrijvigheid floreren over 10 tot 20 jaar? Met voldoende ondernemerschap, aanpassingsvermogen en flexibiliteit bieden nieuwe technologische ontwikkelingen veel mogelijkheden voor nieuwe economische activiteiten en hoogwaardige werkgelegenheid. De verduurzaming van de economie en de samenleving kan hierbij een belangrijke aanjager vormen, met name gezien de fysieke en ruimtelijke kenmerken van Lelystad.

Het spreekt voor zich dat een goed ondernemers- en vestigingsklimaat een randvoorwaarde is voor het aantrekken- en behouden van economische bedrijvigheid. Bij de toekomstige economische ontwikkeling van Lelystad gaat het echter om veel meer dan dat. De opgaven binnen deze deeltafel staan niet op zichzelf en hebben raakvlakken met de overige deeltafels. Zo zal het onbenutte arbeidspotentieel moeten worden benut - relatie met de deeltafel ‘sociaal sterk’- en zal het onderwijs moeten aansluiten bij de (toekomstige) arbeidsmarkt - relatie met de deeltafel ‘onderscheidend onderwijs’. Het gaat hierbij om de zoektocht naar mogelijke dwarsverbanden en visievorming, waarbij de scope breder is dan alleen groothandel, opslag, distributie, toerisme of recreatie.

5. Natuur, recreatie en toerisme

Waar komen we vandaan?

Pas sinds een aantal jaren is het besef doorgedrongen dat Lelystad een sterke toeristische potentie heeft, door de ligging aan het water, de langgerekte kuststrook, aanwezige natuurgebieden en het bestaande toeristisch recreatief aanbod. De vrijetijdseconomie zetten we in als middel om de aantrekkelijkheid van de stad te vergroten en de economische groei te versterken. Dit doen we door te investeren in een aantal thema’s, zoals bereikbaarheid en de beschikbaarheid van passend en aantrekkelijk aanbod. Maar ook door meer bekendheid te creëren en op de beleving van het Nieuwe Land in te zetten. De regionale samenwerking met de provincie Flevoland en de MRA (Metropool Regio Amsterdam) is daarbij van belang.

Wat zijn de kansen en problemen?

De afgelopen jaren is het toerisme wereldwijd sterk gegroeid, o.a. door het aantrekken van de economie en de groei van de middenklasse. De voorspelling van het United Nations World Tourism Organisation (UNWTO) is dat wereldwijd in 2030 een groei van ca 50% plaats heeft gevonden. We krijgen meer vrije tijd, reizen vaker en hebben meer behoefte aan gepersonaliseerde ervaringen. Daarin verandert ook het reisgedrag. De ‘reasons-to-travel’ kunnen onderverdeeld worden in een drietal categorieën: degenen die op zoek zijn naar een diepgaande betekenis; of mensen die gezellig met de familie op stap willen; en zij die vooral geïnteresseerd zijn in de ‘highlights’. Men verblijft korter en men is steeds meer geïnteresseerd in erfgoed en cultuur. Hoewel het stedenbezoek in aantrekkingskracht toeneemt, zijn ook wandelen en fietsen in het groen activiteiten die steeds vaker worden ondernomen.

De roep om meer aantrekkelijke toeristische bestemmingen is een kans voor Lelystad om haar identiteit te versterken, de aantrekkelijkheid voor wonen te vergroten en om nieuwe ondernemers aan te trekken. Maar waar staan we nu? Welke betekenis heeft de vrijetijdssector nu voor Lelystad? Hieronder zetten we een aantal cijfers op een rij:

  • In algemene zin groeit de vrijetijdssector in Lelystad. Het aantal vestigingen en banen is respectievelijk van 520 vestigingen en 1.970 banen in 2013 toegenomen naar 570 vestigingen en 2.310 banen in 2017 (ofwel met 9,6% en 17,2%).
  • Het toeristisch aanbod bestaat voornamelijk uit dagrecreatieve voorzieningen zoals Aviodrome, Batavialand, Batavia Stad Fashion Outlet, Natuurpark, Oostvaardersplassen, Marker Wadden, Werkeiland en Belevenissenbos. Met drie hotels, kleinschalige B&B’s, groepsaccommodaties en drie campings is het aanbod voor verblijf nog beperkt. De grote hoeveelheid aan ligplaatsen, namelijk ruim 3.000, in de jachthavens maken Lelystad één van de grootste in Nederland. Het Stadshart heeft door het ontbreken van cultuur-historisch erfgoed vooral een lokale functie.
  • Hoewel de meest recente data nog niet beschikbaar zijn, zien we dat het aantal bezoekers en overnachtingen geleidelijk aan toeneemt. Uit navraag bij verschillende voorzieningen blijkt bijvoorbeeld dat Batavia Stad in bezoekersaantallen groeit, dat de musea het steeds beter doen en dat de verschillende natuurgebieden ook meer bezoekers hebben ontvangen.
  • Het aantal evenementen loopt wel terug, terwijl het aantal bezoekers per evenement min of meer gelijk blijft en daarmee in totaal dit bezoekersaantal afneemt. Ten opzichte van 2013 is dat respectievelijk – 18,8% en -15,7%.
  • Het aantal internationale bezoekers dat vanuit Amsterdam Lelystad en Almere (het nieuwe land) weet te vinden is ongeveer 1% van de bezoekers die de regio in gaan. Hier is nog ruimte voor groei. Van de toeristen in Nederland komt 80% uit Europa en komt het grootste deel daarvan uit Duitsland. Het is belangrijk voor Lelystad om te onderzoeken hoe hierop in te spelen.
  • Steeds meer riviercruiseschepen weten Lelystad te vinden als nieuwe bestemming. In 2017 hebben 84 schepen met 9.008 passagiers Lelystad aangedaan. De passagiers hadden met name een Europese herkomst. Batavia Stad, de musea aan de kust en Aviodrome is voor deze doelgroep aantrekkelijk gebleken.
  • Uit het imago onderzoek dat in 2015 door City Marketing Lelystad is uitgevoerd bleek dat niet-Lelystedelingen nog niet goed bekend zijn met Lelystad en dat de aantrekkingskracht van de kust en recreatie is afgenomen. De belangrijkste doelen van een bezoek waren vooral: een bezoek aan Batavia Stad; bezoek aan familie, kennissen, vrienden; shoppen. Bataviastad, Batavia, Vliegveld, Stad, Aviodrome, Nieuw(bouw), Polder en Saai waren de meest genoemde associaties. Natuur komt hier maar beperkt in terug, terwijl de ondervraagden wel hebben aangegeven dat dit een reden is om in de toekomst vaker Lelystad te bezoeken.

Alhoewel we zien dat de betekenis van de vrijetijdssector toeneemt, weten we nog onvoldoende wie er naar Lelystad komt, wat hij/zij doet, hoe lang, wat deze besteedt etc. Ook ontbreekt het ons nog aan een sterke identiteit. De huidige keuze van kernkwaliteiten door de gemeente (groen, blauw, rust en ruimte) en de kernkwaliteiten van CML (rust, stedelijk, avontuurlijk, gastvrij en zelfbewust) worden minder of helemaal niet met Lelystad geassocieerd. Begin 2019 verwachten we de resultaten van een nieuw imago onderzoek.

Wat is de opgave?

De grote opgave is om antwoord te geven op de vraag wat Lelystad moet doen om meer reiswaardig te zijn. Welk goed gevoel moet een reis naar Lelystad opleveren? En wat draagt daaraan bij? Hiervoor is het belangrijk aan te sluiten bij het DNA van Lelystad, uit te gaan van onze eigen kracht, focus aan te brengen en keuzes te durven maken. En te komen met een overkoepelend verhaal over wat Lelystad wil zijn en worden. Voor de verdere verkenning en verdieping worden drie hoofdlijnen onderscheiden:

1. Meer samenhang aanbrengen
Identiteit, DNA, gevoel, perceptie, USP’s, iconen zijn allemaal relevante onderwerpen in placebranding, -marketing en - making. De vraag die voor ligt is welke identiteit bij Lelystad past en welk verhaal er moet worden verteld (storytelling). Wat is het verbindende DNA, wat zijn de kernwaarden, waar Lelystad op moet voortborduren voor de verdere branding, marketing en (toeristische) ontwikkeling. In de beantwoording van deze vragen zien wij de identiteit van Lelystad kantelen, van een ‘polder’ nieuw land naar een ‘water’ nieuw land ofwel van een stad in de polder met de rug naar het water naar een stad aan het water. De belangrijkste motor voor deze verandering is de kanteling van de gehele kust van Lelystad, eigenlijk zelfs een kanteling vanaf Pampus tot en met de Flevokusthaven. Door de ontwikkeling van de Marker Wadden, het Schiereiland, Bataviakwartier en de uitlopers van de Oostvaardersplassen in het Markermeer wordt de bijna ongenaakbare harde lijn van dijken verzacht, krijgt meerdere dimensies en richt Lelystad zich meer op het water. Lelystad is het nieuwe nieuw land; modern, water, strand en duinen, met als onderscheidende kernwaarden ondernemen (de vroegere pioniersgeest) en innoveren. Deze nieuwe identiteit van de stad zal in alle ontwikkelingen van de stad vertaald moeten gaan worden, in de belevingswaarde van Bataviakwartier, de woonconcepten voor Warande, de ontwikkeling van het Stadshart en de te organiseren evenementen. Water zal ook in de bestaande stad een element moet zijn dat veel prominenter kan worden beleefd. Voor Lelystad biedt deze samenhang een geweldige kans om tot een soortgelijke faam als het Waddengebied te komen.

Voor meer samenhang zijn ook fysiek optimale verbindingen nodig. Een goed autonetwerk (inclusief de A23), goede openbaar vervoersverbindingen tussen de grote attractiepunten, tussen Lelystad Airport, Stadshart en Kust maar ook aantrekkelijke snelle (fiets) routes tussen de wijken en met de natuur. Op het gebied van verblijfsrecreatie kunnen daarmee vanuit Lelystad daguitjes worden aangeboden zowel binnen Lelystad zelf als in de omgeving, bijvoorbeeld naar Bataviastad, Aviodrome, Giethoorn, Schokland en het Zuiderzeemuseum.

2. Vergroten en verrijken kwaliteit van de verschillende gebieden
Wanneer we spreken over gebieden, dan hebben we het over toeristisch interessante plekken die de potentie hebben om ervoor te kunnen zorgen dat we Lelystad naar een hoger niveau tillen. In die gebieden willen wij de gebiedskwaliteit voorop zetten en zoeken naar de succesfactoren om aantrekkelijk te zijn voor bezoekers en ondernemers. Bataviakwartier, het hart van de kust, zal vooral meer reuring en gezelligheid moeten bieden, een bruisend gebied met een goede mix van leisure, horeca, winkels en wonen, die past bij de identiteit van de stad. In die zin kunnen wij leren van voorbeelden zoals Guggenheim in Bilbao, Västerhamn in Malmö en Gunwharf Quays in Portsmouth. Opnieuw zal de vraag gesteld moeten worden wat de balans moet zijn tussen de voorzieningen in het Stadshart en in het Bataviakwartier. Omgekeerd blijft het ook de vraag hoe Bataviakwartier goed en aantrekkelijk kan worden verbonden met het Stadshart.

We vinden het belangrijk dat onze bezoekers op de mooiste plekken kunnen recreëren, zoals op de Marker Wadden het eerste eiland de mooiste plek is. Wij bieden hen exclusieve natuur. Lelypoort kan daar een rol in spelen en zich door ontwikkelen tot een gebied à la Weerribben. Door de diversiteit aan gebieden en aanbod te vergroten, wordt Lelystad in potentie aantrekkelijk voor verschillende bezoekers. Zowel nationaal als internationaal, dag- of verblijfsbezoekers. De uitdaging is om de juiste focus aan te brengen. In dit kader is het ook belangrijk na te gaan welke faciliterende rol Lelystad Airport kan hebben.

3. Het belang van de stadsrandzones voor recreatie en wonen
Lelystad is omsloten door natuur en water. Een belangrijke kwaliteit van en voor de stad. Als we het op een grotere schaal bekijken dan liggen de woonwijken, de natuur en het water relatief ver uit elkaar. Het is dan belangrijk om meer de verwevenheid aan te brengen tussen de natuur, het water en de woonwijken. Het realiseren van deze vervlechting tussen natuur, het water en de woonwijken zal enerzijds het recreëren in de nabije omgeving stimuleren en anderzijds de woonkwaliteit verbeteren. Zo kan in Warande de verwevenheid met het Hollandse Hout en de Oostvaardersplassen gerealiseerd worden. Wonen in eenzelfde soort landschap als de Oostvaardersplassen vergroot de woonkwaliteit en daarmee ook de aantrekkelijkheid van de stad. Ook in de bestaande stad zien wij kansen om deze verwevenheid met natuur en water meer aan te brengen.

Bijlage 2: Subsidieoverzicht

Bijlage 2: Subsidieoverzicht

De hoogte van de aangevraagde subsidies is bepalend voor de verantwoordingseisen. De specificaties van de verleende subsidies sluiten aan bij de verantwoordingseisen die op basis van bedrag worden gesteld aan subsidies:

  • Subsidies tot €.000
  • Subsidies van €.000 tot €00.000
  • Subsidies van €00.000 of meer

In deze bijlage wordt er een specificatie opgenomen van de subsidieplafonds in 2019, de 1e lijst geeft de subsidieplafonds weer van de zogenoemde begrotingssubsidies (gekoppeld aan de vigerende begroting waarbij per instelling het plafond vastligt). De 2e lijst geeft de subsidieplanfonds 2019 weer van de overige regelingen, waarbij per regeling een plafond geldt.

Daarnaast is in deze bijlage is een specificatie opgenomen van de (tot nog toe) verleende subsidies 2018. Bij de jaarrekening 2018 wordt een lijst met definitief verleende subsidies 2018 opgenomen. Om inzicht te geven in de verschillende soorten subsidies, gerelateerd aan de binnen deze programmabegroting opgenomen taakvelden, zijn er verschillende dwarsdoorsnedes van de data gemaakt:

1) De 1e lijst geeft de subsidieplafonds 2019 per begrotingssubsidie weer.
2) De 2e lijst geeft de subsidieplafonds 2019 per regeling weer.
3) De 3e lijst geeft de verleende subsidies per taakveld weer.
4) De 4e lijst geeft het verleende subsidie bedrag per instelling weer.

Hieronder wordt per taakveld het verleende subsidie bedrag 2018 weergegeven.

1. Subsidieplafonds 2019 begrotingssubsidies